Lokale voorrang moet meer zijn dan een belofte, stelt Barendrechts Belang. De partij heeft meer woonkansen voor eigen inwoners in het verkiezingsprogramma staan.
Wie in Barendrecht woont, werkt of hier een gezin wil opbouwen, wil ook in eigen gemeente kunnen blijven wonen. Maar hoeveel kans maakt een Barendrechter tegenwoordig op een betaalbare woning? Wordt lokale voorrang wel echt benut? Raadslid Richard Carlebur heeft ter verduidelijking schriftelijke vragen gesteld over de verdeling van sociale huur, particuliere huur, middenhuur en betaalbare koop.
De landelijke cijfers onderstrepen de omvang van de woningvraag. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) hing ongeveer 60% van de extra woningvraag in 2015–2024 samen met migratie. Voor 2025–2039 verwacht onderzoeksbureau ABF Research dat circa 43% van de verwachte woningbouwopgave samenhangt met bevolkingsgroei door buitenlandse migratie. De Rijksoverheid gebruikt de cijfers van ABF Research om te bepalen hoeveel woningen gebouwd moeten worden.
Ook de CBS-cijfers over sociale huur zijn relevant. In 2024 ging landelijk ruim 8% van de vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een statushouder. Van de starters die zo'n woning betrokken, had 21% ten minste één statushouder als lid van het huishouden. In regio Groot-Rijnmond, waar Barendrecht onder valt, was dat aandeel 7,8%.
“Onze inwoners moeten een eerlijke kans houden op een betaalbare woning in Barendrecht. De gemeente moet de mogelijkheden voor lokale voorrang maximaal benutten en laten zien wat die opleveren. Lokale voorrang moet merkbaar voordeel bieden aan Barendrechtse woningzoekenden,” aldus Carlebur.
Daarom stelt Barendrechts Belang de volgende vragen:
1. Hoeveel woningen zijn in Barendrecht in 2023, 2024 en 2025 verhuurd of verkocht? Kan het college dit uitsplitsen naar sociale huur, particuliere huur (middenhuur en vrije sector), betaalbare nieuwbouwkoop en, voor zover bekend, bestaande koopwoningen? Kan per categorie ook worden aangegeven via welke procedure de woningen zijn verhuurd of verkocht?
2. Hoeveel vrijgekomen corporatiewoningen zijn toegewezen aan woningzoekenden met een binding aan Barendrecht, aan woningzoekenden uit de regio en aan woningzoekenden van buiten de regio? Hoeveel van de wettelijke ruimte voor lokale voorrang wordt benut? Kan dit worden uitgesplitst naar starters, jonge gezinnen, senioren en huishoudens met een statushouder?
3. Welke gegevens zijn beschikbaar over de verhuur van particuliere huurwoningen, waaronder middenhuur en vrije-sectorhuur? In hoeverre krijgen woningzoekenden met een binding aan Barendrecht hierbij voorrang? Hoeveel woningen zijn op die manier aan lokale woningzoekenden verhuurd en, voor zover beschikbaar, hoeveel aan huishoudens met een statushouder?
4. Welke afspraken zijn met projectontwikkelaars en verkopende partijen gemaakt over lokale voorrang bij nieuwe huur- en koopwoningen? Voor welke projecten en hoeveel woningen gelden deze afspraken? Hoeveel woningen zijn daadwerkelijk aan Barendrechters verhuurd of verkocht en hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nageleefd?
5. Hoe worden statushouders in Barendrecht gehuisvest? Kan het college dit uitsplitsen naar sociale huur, particuliere huur, middenhuur, tijdelijke huisvesting, flexwoningen en eventuele koopwoningen, en daarbij onderscheid maken tussen huisvesting vanuit de wettelijke taakstelling, andere gemeentelijke afspraken en reguliere verhuur of verkoop? Zijn gegevens niet beschikbaar, welke informatie kan dan binnen de privacyregels samen met corporaties, verhuurders en ontwikkelaars worden verzameld?
6. Welke gegevens zijn beschikbaar over de slaagkansen en wachttijden van Barendrechtse starters, jonge gezinnen en senioren in de verschillende woningsegmenten? In hoeverre vergroten lokale voorrang en afspraken met ontwikkelaars hun kansen daadwerkelijk?
7. Welke stappen zet het college om de mogelijkheden voor lokale voorrang te verruimen van 50% naar 60 à 70%? Is het college bereid de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de woningtoewijzing en de resultaten van lokale voorrang in de verschillende woningsegmenten?