Ronald Sørensen: Wapens inleveren zonder straf, Hardleersheid

mainImage

Bij ons politiebureau was het een komen en gaan van mensen. Soms zelfs ontstond een rij waarin op vrolijke toon van mening werd gewisseld: “Ach tegen roest valt niet op te werken, dus hij moet er toch uit” hoorde ik iemand zeggen. ”Misschien kan je voortaan beter een Belgische kopen” was het advies.
”Ik houd de mijne, maar lever wel wat steekwapens in, want we waren toch toe aan een nieuwe messen-set.”

Nieuwsgierig ging ik in de ondertussen toegestroomde menigte staan. “Wat levert jij in?”, vroeg een rasechte Rotterdammert. “Ik me Uzi, die ik ooit in dienst achterovergedrukt heb.” Om niet direct als infiltrant te worden herkend antwoordde ik schouderophalend: ”Och het pistool van me vader, die na de oorlog bij de B.S. heeft gezeten. Het oorlogsmuseum heeft geen interesse.”

Kort daarop verscheen een bestelbusje waaruit vier mannen met Kalasjnikovs stapten. Even leek er paniek te ontstaan, maar dat werd snel gevolgd door een daverend applaus. “Fantastisch dat die ex- Syrië-gangers ook mee doen,” verzuchtte een man met een lange baard naast me. “Zij leveren in machinegeweren. Ik schamen voor alleen klein pistooltje, maar ik straffeloos mag inleveren en ik denke: bang voor 10 uur dienstverlening, dus doe maar.”

Zo ongeveer moeten de ambtenaren, die enkele weken geleden op het idee kwamen om straffeloos wapens te laten inleveren, de uitvoering van hun wereldvreemde plan hebben gezien. Klaarblijkelijk wisten ze niet dat in 2009 ook zo’n actie was geweest, speciaal gericht op één bevolkingsgroep (jonge Antillianen) waarbinnen het wapenbezit als statussymbool gold (nog steeds). De opbrengst bleek achteraf nihil te zijn.

Het probleem is niet zozeer de gebrekkige of totaal afwezige opbrengst, maar de mentaliteit van de mensen die dit soort zaken bedenken en ook nog eens met veel bombarie aan de man brengen. Wereldvreemdheid kan een omschrijving zijn, maar hardleersheid ook, gezien de vorige mislukte poging. Ik denk dat ze bij de politie hun schouders ophalen over zoveel naïviteit en geen dozen neerzetten waarin de wapens straffeloos gegooid kunnen worden.

In Israël , de enige democratische staat in het Midden Oosten, pakt men de problemen wat drastischer aan. Misschien ook een voorbeeld voor ons. Als iemand een terroristische daad begaat, gaat men er vanuit dat de familie op de hoogte was en geen moeite heeft gedaan de dader op andere gedachten te brengen of de autoriteiten te waarschuwen. Dan volgen er maatregelen.

Als iemand een machinegeweer in huis heeft, lijkt het me dat onmogelijk geheim te houden. Voor andere vuurwapens en handgranaten geldt dat natuurlijk ook. Met andere woorden de familie, vrienden en kennissen zijn op de hoogte en verzuimen de politie te waarschuwen. Het voorkomen van een misdaad is een maatschappelijke plicht. Het lijdzaam toezien is strafbaar.

Straf dan ook!