Nieuwbouw in Barendrecht begint steeds minder op een woning te lijken en steeds meer op een ruimtelijke puzzel: hoe smal kun je bouwen zonder de regels te overtreden? Het Bouwbesluit stelt dat minimaal één ruimte drie meter breed moet zijn. Dat mag dus en ontwikkelaars bouwen precies tot die grens. Geen centimeter meer.
Het resultaat laat zich raden: huizen waarin je bijna vanzelf zijwaarts naar binnen stapt. De bank moet op maat, een eettafel is eerder wens dan werkelijkheid, en een warmtepomp? Die staat buiten, simpelweg omdat er binnen geen plek is. Duurzaam wonen wordt zo een oefening in stapelen.
Opvallend genoeg is de prijs allesbehalve gekrompen. Voor bedragen waarvoor je ooit een volwaardig huis kocht, krijg je nu een uitgeklede variant. Een voordeur met ambitie, zullen we maar zeggen. Maar geen zorgen: dit heet tegenwoordig gewoon “betaalbaar wonen”.
Daar sluit ook het verhaal van EVB Barendrecht op aan. Op papier klopt het: kleinere woningen betekenen een lagere totaalprijs, en dus meer toegankelijkheid. In de praktijk betekent het vooral dat je minder krijgt voor nog steeds heel veel geld. “Betaalbaar” blijkt dus rekbaar net als de vraag wat we nog een woning durven te noemen.
De ironie is bijna elegant: hoe kleiner de huizen, hoe groter de woorden. “Compact”, “efficiënt”, “toekomstbestendig”. Mooie termen, tot je ontdekt dat je eerst een stoel moet verplaatsen om een kast open te kunnen doen.
Als deze lijn wordt doorgetrokken, hoeft Barendrecht niet lang te zoeken naar een nieuw imago. De vergelijking met Madurodam is al snel gemaakt, alleen zonder miniaturen, maar met maximale prijzen.
En misschien zit daar de echte krimp: niet in de vierkante meters, maar in onze verwachtingen. Want zolang we minder ruimte blijven accepteren als vooruitgang, bouwen we niet alleen kleinere huizen maar ook een kleinere norm voor wat wonen waard mag zijn.