Het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders wil 298 miljoen euro uit de verkoopopbrengst van Eneco onderbrengen in bestaande en nieuwe bestemmingsreserves. Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van raadslid Thomas Roskam (LR) over de besteding van het geld. Een deel van de antwoorden blijft voorlopig geheim vanwege de financiële belangen van de gemeente.
Het bedrag van 298 miljoen euro komt vrij uit cilinder 7 van de Rotterdamse Investeringsmotor (RIM). Het college wil het geld volgens de nieuwe kaders van het investeringsbeleid verdelen over verschillende bestemmingsreserves. De bedragen zijn opgenomen in het coalitieakkoord Rotterdam 2026-2030 en komen ook terug in de gemeentebegroting voor 2027.
Roskam stelde zijn vragen naar aanleiding van een technische bijeenkomst van de raadscommissie Veiligheid, Bestuur & Financiën op 29 oktober. Tijdens die bijeenkomst werd gesproken over een voorstel om het gemeentelijke investeringsbeleid te wijzigen.
Het raadslid wilde onder meer weten hoeveel geld uit de Eneco-opbrengst al formeel is toegewezen aan projecten die aan de huidige kaders moeten voldoen. Volgens het college is een overzicht opgesteld van de projecten waarvoor de gemeenteraad geld beschikbaar heeft gesteld. Bij sommige projecten bleek het toegekende bedrag geheel of gedeeltelijk niet nodig.
Niet alle antwoorden op de vragen van Roskam zijn openbaar gemaakt. Volgens het college raakt een deel van de informatie aan een eerder opgelegde geheimhoudingsplicht. Openbaarmaking zou de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden. Daarom heeft het college de antwoorden verdeeld over twee brieven: een openbare brief en een brief waarop geheimhouding rust.
De gemeente verwacht rond 31 oktober 2028 opnieuw te beoordelen of de geheimhouding noodzakelijk is. Op dat moment wordt ook de geheimhouding van een eerder raadsvoorstel over de Eneco-middelen opnieuw bekeken.