Naar aanleiding van de bespreking het collegevoorstel tot het verlenen van een aanzienlijke subsidie (2.83 miljoen euro) aan de BVV en de daarop volgende beantwoording van de vragen Barendrechts Belang door de burgemeester, heeft de VVD vastgesteld dat verdere verdieping noodzakelijk is.
1. In de beantwoording van de burgemeester wordt aangegeven dat het college unaniem heeft ingestemd met voorliggend voorstel. Dit betekent dat alle wethouders hiermee akkoord zijn gegaan. Ook in de besluitenlijst van het college worden hier geen opmerkingen over gemaakt.
Is aan de voorkant van de besluitvorming een bewuste afweging gemaakt dat alle wethouders deelnemen aan de beraadslaging en de besluitvorming?
a. Zo ja, waar ligt dat vast?
b. Zo nee, waarom niet?
2. In de beantwoording geeft de burgemeester aan: ‘Het college hecht grote waarde aan een zorgvuldige, ordentelijke en onafhankelijke besluitvorming. Daar zie ik op toe en zo is ook gehandeld in dit dossier. De collegeleden zijn transparant over de relaties die er zijn en maken dit ook kenbaar en bespreekbaar. Dat geldt ook in dit dossier.’
a. Waaruit blijkt dat in dit dossier, waarbij betrokkenheid van bestuurders een thema is en ook gezien de forse betrokkenheid van de gemeente, dat een zorgvuldige, ordentelijke, onafhankelijke besluitvorming heeft plaatsgevonden?
b. Waaruit blijkt dat de collegeleden transparant zijn geweest?
3. Bent u het met me eens dat het de betrouwbaarheid van het bestuur in Barendrecht bevordert om transparante afwegingen rondom betrokkenheid in combinatie met beraadslaging en besluitvorming vast te leggen?
a. Zo ja, waarom is dat in dit dossier niet gedaan?
b. Zo nee, waarom niet?
4. Op basis waarvan heeft wethouder Van der Linden, ondanks zijn huidige positie van actief vrijwilliger voor de BVV en zijn vroegere betrokkenheid als penningmeester, niet besloten om zich te onthouden van beraadslaging en besluitvorming, zodat (de schijn van) belangenverstrengeling kon worden voorkomen?
5. Op basis waarvan heeft wethouder Vermaat, ondanks zijn huidige lidmaatschap bij de businessclub en gezien zijn verleden als voorzitter van de BVV, niet besloten om zich te onthouden van de beraadslaging en besluitvorming, zodat (de schijn van) belangenverstrengeling kon worden voorkomen?
6. Heeft de burgemeester, als hoeder van de integriteit, gesignaleerd dat er directe betrokkenheid van 2 wethouders bij de BVV was?
a. Zo ja, op basis waarvan heeft hij geen actie ondernomen om dit te bespreken?
b. Zo nee, vindt u dat wel of geen onderdeel van uw taak als hoeder van de integriteit?
Cees Schaap, fractie VVD
Ook VVD stelt vragen over besluitvorming subsidie voor voetbalclub
28 October 2025, 17:47 uur
Lokaal