Alles staat op rood bij De Stationstuinen: wie heeft de regie?

15 June 2026, 10:37 uur
Lokaal , Columns
mainImage

De Stationstuinen moet de trots van Barendrecht worden. Een nieuwe wijk met circa 4.000 woningen, winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Op papier oogt het als een ambitieus en toekomstbestendig project. Maar wie het recente rapport van de Rekenkamer leest, ziet een heel ander beeld. Achter de fraaie artist impressions en optimistische bestuurlijke verhalen knipperen steeds meer rode waarschuwingslampen.

De vraag is inmiddels niet meer óf er risico's zijn, maar waarom de gemeentepolitiek deze signalen jarenlang nauwelijks heeft besproken.

De meest fundamentele conclusie van de Rekenkamer is tegelijk de meest ongemakkelijke: de gemeente heeft grote ambities voor voorzieningen, maar "bezit de grond niet" waarop die voorzieningen moeten komen.

Dat betekent dat Barendrecht voor een belangrijk deel afhankelijk is van de bereidheid van grondeigenaren (lees de familie Van den Heuvel) en ontwikkelaars om die ambities daadwerkelijk waar te maken. Of, iets concreter: wie de grond bezit, bepaalt uiteindelijk veel meer dan wie de mooie beleidsstukken schrijft. De gemeente kan wensen formuleren, convenanten sluiten en bestemmingsplannen vaststellen, maar de uitvoering ligt grotendeels bij partijen die vooral kijken naar economische haalbaarheid. De Rekenkamer waarschuwt daarom expliciet dat juist de minder rendabele voorzieningen onder druk kunnen komen te staan.

Met andere woorden: woningen bouwen is relatief eenvoudig. Een wijk leefbaar maken is iets anders.

Daarmee komen we bij andere opvallende constatering. Voor voorzieningen zoals een basisschool en een buurtcentrum bestaan nog altijd geen concrete plannen. Dat is opmerkelijk voor een gebied waar uiteindelijk duizenden nieuwe inwoners moeten wonen. Normaal gesproken worden scholen, maatschappelijke functies en ontmoetingsplekken al vroeg in het ontwikkelproces uitgewerkt, zodat ze gelijktijdig met de woningbouw gerealiseerd kunnen worden. Bij De Stationstuinen lijkt de volgorde omgedraaid: eerst de huizen, daarna de voorzieningen. Bewoners mogen er kennelijk op vertrouwen dat de rest later wel volgt.

Ook financieel bevat het rapport meerdere waarschuwingen. Zo noemt de Rekenkamer de parkeerexploitatie als een risico voor de langere termijn. Dat klinkt technisch, maar kan grote gevolgen hebben. Wanneer de inkomsten achterblijven bij de verwachtingen, kunnen tekorten uiteindelijk bij de gemeente terechtkomen. Daarnaast wijst het rapport op mogelijke concurrentie tussen nieuwe winkels en horecagelegenheden in De Stationstuinen en bestaande ondernemers elders in Barendrecht.

Misschien wel de meest politieke conclusie van het rapport betreft de informatievoorziening aan de gemeenteraad. De Rekenkamer constateert dat het voorzieningenniveau slechts beperkt terugkomt in de structurele rapportages. Vrij vertaald: de raad krijgt onvoldoende inzicht in de voortgang, risico's en knelpunten rond de voorzieningen die de wijk leefbaar moeten maken.

Dat is opmerkelijk. Juist de gemeenteraad hoort het college kritisch te controleren op het behalen van maatschappelijke doelen. Maar effectieve controle begint met volledige informatie. Als die ontbreekt, resteert vooral vertrouwen. En vertrouwen is een magere vervanger van toezicht.

Het rapport geeft daarmee indirect antwoord op de vraag wie werkelijk de regie heeft. Formeel ligt die bij het gemeentebestuur. In de praktijk ontstaat echter een situatie waarin een dominante grondeigenaar een sleutelpositie heeft, ontwikkelaars de economische grenzen bepalen en de gemeenteraad slechts beperkt zicht heeft op de uitvoering. Dat is geen krachtige regie, maar een bestuurlijke constructie waarin verantwoordelijkheden diffuus worden zodra er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden.

De belangrijkste vraag is misschien nog wel waarom deze waarschuwingen niet veel eerder nadrukkelijk op de politieke agenda zijn verschenen. De Stationstuinen wordt al jaren gepresenteerd als een succesverhaal in wording. Inmiddels blijkt dat cruciale vragen over scholen, maatschappelijke voorzieningen, financiële risico's en bestuurlijke sturing nog altijd niet overtuigend zijn beantwoord.

De Rekenkamer concludeert feitelijk dat de gemeente meer grip moet krijgen voordat de ontwikkeling verder wordt opgeschaald. Het college heeft inmiddels aangekondigd alle aanbevelingen over te nemen. Dat is uiteraard verstandig. Maar aanbevelingen overnemen is iets anders dan regie voeren.

De komende jaren zal blijken of Barendrecht daadwerkelijk de regie terugpakt. Of dat De Stationstuinen vooral een wijk wordt waarin de woningen keurig op tijd verschijnen, terwijl scholen, ontmoetingsplekken en andere voorzieningen steeds een volgende fase verder worden doorgeschoven. En misschien wordt dan ook duidelijk wie er al die tijd werkelijk aan de touwtjes trok.