Op papier doet de Middenbaan het prima aldus de gemeente Barendrecht. Lage leegstand, een "relatief compleet aanbod" en een centrum dat "goed functioneert als lokaal voorzieningengebied". Tegenwoordig beleidsjargon voor: het functioneert nog net goed genoeg om fundamentele keuzes uit te stellen.
In werkelijkheid is de Middenbaan uitgegroeid tot een Zwitsers zakmes. Je kunt er boodschappen doen, je tanden laten controleren, je hypotheek laten uitleggen en je haar laten knippen, vaak binnen één looproute. De vele kappers, makelaars, hypotheekadviseurs en tandartsen zijn allang geen afwijking meer van het winkelaanbod; ze vormen het winkelaanbod.
Dat is geen toeval. Achter de ogenschijnlijk stabiele cijfers schuilt een economische werkelijkheid van hoge huren, achterstallig onderhoud en een vastgoedmarkt waarin panden meer opleveren als belegging dan als onderdeel van een aantrekkelijk winkelcentrum. Winkels verdwijnen, dienstverleners nemen hun plaats in. Niet omdat dat de wens van bezoekers is, maar omdat het past binnen het verdienmodel van het vastgoed. Geen gevulde etalages meer, maar afspraken achter gesloten deuren.
Al meer dan twintig jaar belooft de Barendrechtse politiek een aantrekkelijker, levendiger en toekomstbestendiger centrum. Eerst kwamen de grootse centrumplannen. Daarna volgde de "organische ontwikkeling", waarbij de gemeente de openbare ruimte zou verbeteren en de markt de rest zou doen. In 2015 sprak het gemeentebestuur over een centrum dat weer recht moest doen aan de historische opzet van Barendrecht, met meer samenhang, betere verbindingen en een aantrekkelijkere openbare ruimte. Tien jaar later luidt de diagnose nog vrijwel hetzelfde. Nog altijd wordt gesproken over meer verblijfskwaliteit. Nog altijd moet de routing beter. Nog altijd moet het centrum aantrekkelijker worden gemaakt. Alsof iedere bestuursperiode opnieuw ontdekt dat de Middenbaan eigenlijk niet doet wat een dorpscentrum zou moeten doen.
Opvallend is dat ook de gemeenteraad al jaren dezelfde constateringen doet. In 2014 werd al gezegd dat infrastructuur alleen niet voldoende zou zijn en dat de Middenbaan versterkt moest worden met echte publiekstrekkers. In 2024 klonk in de raad opnieuw kritiek op de overdaad aan kappers en nagelstudio's en werd opnieuw gezocht naar manieren om het winkelaanbod aantrekkelijker te maken. De woorden veranderen nauwelijks; alleen de jaartallen wel.
Ondertussen spreken winkeliers zelf over een vicieuze cirkel: minder aantrekkelijke winkels zorgen voor minder bezoekers, waardoor omzet terugloopt en opnieuw winkels verdwijnen. De oplossing wordt vervolgens gezocht in evenementen, routing, bewegwijzering of marketing. Allemaal nuttig, maar geen antwoord op de vraag waarom het vastgoedmodel aantrekkelijker is geworden dan het winkelmodel.
Nu wordt opnieuw gesproken over "de volgende stap". De Stationstuinen brengt duizenden nieuwe inwoners naar Barendrecht en dus groeit de verwachting dat het centrum vanzelf meeprofiteert. Meer inwoners, meer koopkracht, meer levendigheid. Maar de vraag is niet hoeveel mensen er bijkomen. De vraag is of de Middenbaan nog is ingericht als winkelcentrum, of inmiddels vooral als een verzameling verhuurbare vierkante meters waar de functie ondergeschikt is aan het rendement.
Misschien is dat wel de grootste ironie van het dossier. Iedere vier jaar wordt een nieuw hoofdstuk geschreven over de toekomst van de Middenbaan. Iedere vier jaar klinkt de belofte dat het centrum aantrekkelijker, levendiger en toekomstbestendiger wordt. En iedere vier jaar blijkt de belangrijkste constante niet de Middenbaan zelf, maar het politieke verhaal erover.