In Barendrecht is de verkoop gestart van het nieuwbouwproject “Hof van Barendrecht”. Het project bestaat uit 27 woningen: twintig compacte beneden-bovenwoningen (BeBo’s) voor starters, zes twee-onder-een-kapwoningen en één semi-vrijstaande woning. De woningen variëren van ongeveer 58 m² tot 154 m².
De vraag die veel mensen stellen is logisch: zijn deze woningen nog bereikbaar voor gewone kopers? En waarom ligt de prijs per vierkante meter juist bij de kleinste woningen zo hoog?
De ontwikkelaar en gemeente presenteren het project als een woonhof “met ruimte voor iedereen”. Vooral starters moeten hier kansen krijgen. Een deel van de woningen valt volgens de gemeente in de categorie “betaalbaar”.
Maar als je naar de daadwerkelijke prijzen kijkt, ontstaat een ander beeld. De starterswoningen van circa 58 m² worden aangeboden vanaf ongeveer €355.000. Dat betekent een prijs van ongeveer 6120 euro per m2. Ofwel betaalbaar met een flinke portemonnee.
Voor veel starters is dat fors. Zelfs met een goed inkomen wordt het lastig om zonder eigen spaargeld een hypotheek van ruim €350.000 te krijgen. Zeker nu rente en maandlasten hoger liggen dan enkele jaren geleden.
De grotere twee-onder-een-kapwoningen kosten tussen ongeveer €890.000 en €960.000. Dat segment is duidelijk gericht op doorstromers met een hoog inkomen of forse overwaarde.
Het project probeert verschillende doelgroepen te bedienen. Maar echt “voor iedereen” is het niet meer. Ook starters betalen inmiddels prijzen die enkele jaren geleden vooral bij luxe appartementen hoorden.
“Hof van Barendrecht” laat goed zien hoe de Nederlandse woningmarkt is veranderd. Zelfs compacte starterswoningen kosten tegenwoordig meer dan €350.000, terwijl grotere gezinswoningen richting een miljoen euro gaan.
Toch zullen de woningen waarschijnlijk snel verkocht worden. De combinatie van: schaarste, nieuwbouwkwaliteit, duurzaamheid en ligging nabij Rotterdam maakt dat veel kopers bereid zijn deze prijzen te betalen.
De echte discussie gaat daarom niet alleen over dit project, maar over een bredere vraag: wanneer is “betaalbare nieuwbouw” nog echt betaalbaar voor middeninkomens en starters?