Het college van Barendrecht is 'zeer geschrokken' van nieuwe informatie over misstanden bij de voormalige ggz-afdeling Colorado van het voormalige RMPI aan de Boerhaavelaan. De gemeente onderzoekt of aanvullend onderzoek nodig is naar de gebeurtenissen, de verantwoordelijkheden destijds en de mogelijke betekenis voor Barendrecht.
De instelling Yulius, waar de locatie onder valt, informeerde de gemeente dinsdag over nieuwe uitkomsten van een feitenonderzoek. Daaruit en uit gesprekken met betrokkenen blijkt volgens de zorgorganisatie dat de onveilige situatie op Colorado niet alleen tussen 2004 en 2007 bestond, maar mogelijk teruggaat tot de oprichting van de afdeling in 1995.
"Kinderen en jongeren die aan professionele zorg waren toevertrouwd, hadden recht op een veilige omgeving, passende behandeling en respectvolle bejegening", stelt wethouder Corno Christianen in een brief aan de gemeenteraad. Dat zij die volgens de gemeente niet hebben gekregen, noemt de wethouder "zeer ernstig". De gedachten gaan volgens Christianen in de eerste plaats uit naar oud-cliënten en hun naasten.
De gemeente benadrukt dat de zorg destijds niet in opdracht van Barendrecht werd verleend. De gebeurtenissen speelden zich af vóór de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten. Barendrecht had daardoor niet de opdrachtgevende en toezichthoudende rol die gemeenten tegenwoordig binnen de jeugdzorg hebben.
Volgens de wethouder doet dat niets af aan de ernst van de gebeurtenissen. "De gebeurtenissen hebben zich in Barendrecht afgespeeld en raken daarmee ook onze lokale gemeenschap."
De gemeente staat inmiddels in contact met de raad van bestuur van Yulius en de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Yulius is via deze regeling tegenwoordig een gecontracteerde aanbieder van jeugdhulp.
Yulius heeft inmiddels excuses aangeboden aan alle oud-cliënten die vanaf 1995 op Colorado verbleven. Zij kunnen hun ervaringen vertrouwelijk delen met een onafhankelijk bureau en aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming.