EVB moet niet applaudisseren voor provinciaal beleid

9 August 2026, 16:45 uur
Lokaal , Columns
mainImage

De politieke partij EVB is ooit opgericht vanuit een simpele gedachte: Barendrecht moet zelf bepalen wat goed is voor Barendrecht. Geen Haagse partijdiscipline, geen landelijke agenda die één op één naar de gemeente wordt vertaald, maar een lokale partij die opkomt voor de belangen van de eigen inwoners.

Mooi uitgangspunt. Maar bij het dossier rond onder andere de huisvesting van vergunninghouders in Barendrecht dringt zich toch een ongemakkelijke vraag op: waar is die eigen koers gebleven?

Barendrecht stond begin dit jaar op trede 4 van de provinciale interventieladder. Een bestuurlijke tik op de vingers dus. Inmiddels is de achterstand grotendeels ingelopen en staat Barendrecht weer op trede 1. De provincie spreekt zelfs waardering uit en noemt Barendrecht een voorbeeld voor andere gemeenten.

Allemaal prachtig. Maar wie vertegenwoordigt ondertussen de Barendrechter die al jaren op een woning wacht? Wie komt op voor de starter die geen betaalbare woning kan vinden? Wie vraagt waarom schaarse sociale huurwoningen op deze manier worden verdeeld?

En vooral: wie zegt namens Barendrecht wanneer genoeg genoeg is?

Daar zou EVB moeten staan. Niet als partij die tegen vergunninghouders is. Dat zou een goedkope en populistische conclusie zijn. Het gaat hier niet om de vraag of mensen die een verblijfsvergunning hebben recht hebben op een fatsoenlijk bestaan. Natuurlijk hebben zij dat.

Het gaat om iets anders: de verantwoordelijkheid van een lokale politieke partij om de belangen van alle Barendrechters zichtbaar en eerlijk tegen elkaar af te wegen. En juist daar lijkt EVB steeds meer op een gewone bestuurspartij te worden.

Besturen. Uitvoeren. Provincie tevreden. Probleem opgelost.

Maar politiek bedrijven is meer dan uitvoeren wat van bovenaf wordt opgelegd. Een lokale partij hoort juist de lastige vragen te stellen. Zeker wanneer de woningmarkt onder druk staat en iedere woning telt. Zeker wanneer inwoners het gevoel hebben dat zij jarenlang moeten wachten terwijl de gemeente tegelijkertijd aan andere verplichtingen moet voldoen.

Dan is het niet voldoende om achteraf te melden dat de provincie tevreden is. De provincie mag tevreden zijn. EVB moet ervoor zorgen dat de Barendrechter dat ook is.

Want waarvoor was EVB ook alweer opgericht? Om in Barendrecht de belangen van Barendrecht te verdedigen. Niet om een voldoende te halen bij de provincie. Niet om complimenten uit Den Haag of het provinciehuis te verzamelen. En zeker niet om vooral uit te leggen waarom iets nu eenmaal moet.

Een lokale partij onderscheidt zich pas wanneer zij durft te zeggen: dit beleid is misschien juridisch verplicht, maar wij vinden dat het voor Barendrecht anders moet en wij gaan daarvoor staan.

Nu dreigt het tegenovergestelde te gebeuren. De partij lijkt vooral blij dat Barendrecht van trede 4 naar trede 1 is gegaan. Maar laten we eerlijk zijn: trede 1 op een provinciale ladder is geen politieke overwinning. Het is hooguit een bestuurlijke geruststelling.

De echte overwinning zou zijn wanneer Barendrecht erin slaagt om tegelijkertijd aan zijn verplichtingen te voldoen én de eigen inwoners perspectief te bieden op een betaalbare woning. En als dat betekent dat je daarvoor met de provincie moet botsen, dan moet je maar botsen. Als je daarvoor in Den Haag op de barricaden moet, dan moet je dat doen.

Want anders blijft uiteindelijk vooral de vraag hangen: EVB, waarvoor zijn jullie eigenlijk opgericht? Als het antwoord nog steeds ‘voor Barendrecht’ is, wordt het misschien tijd om dat ook weer eens duidelijk te laten zien.