Het klinkt bijna als een sprookje. Er was eens.... een tijd waarin Echt voor Barendrecht precies wist waarvoor het stond. De naam zei eigenlijk alles: Echt. Voor. Barendrecht.
Geen Haagse praat, geen bestuurlijke excuses en geen “we kunnen er helaas niets aan doen”. Gewoon de mouwen opstropen, met inwoners in gesprek gaan en, als het nodig was, met de vuist op tafel slaan.
Want wie de ontwikkelingen rond het Zuidelijk Randpark volgt, kan moeilijk om een opmerkelijke politieke metamorfose heen.
Eerst was er een landelijke wet waar Barendrecht rekening mee moest houden. Vervolgens werd het Zuidelijk Randpark aangewezen als locatie. Daarna werd de locatie beschikbaar gesteld voor een asielzoekerscentrum met maximaal 350 opvangplaatsen, voor een periode van maximaal tien jaar. En inmiddels ligt er een conceptovereenkomst waarin die tien jaar wel héél concreet begint te worden. En de inzet is een getekend convenant per december 2026.
Maar gelukkig is er altijd nog de geruststellende boodschap: “Wij kunnen er niets aan doen.” Daarnaast wijzen ze nu massaal naar Esther Punte van PRO die nu het dossier heeft. Lekker makkelijk en goedkoop.
Je beschikt als gemeente over een eigen bestuur en volksvertegenwoordiging, maar zodra een besluit politiek ongemakkelijk wordt, kun je wijzen naar Den Haag, de Spreidingswet, het COA, de provincie of een andere bestuurslaag.
Niemand is verantwoordelijk. Niemand heeft het bedacht. Niemand wilde het echt. Het gebeurt gewoon.
En dan komt er plotseling een alternatief uit Lombardijen: waarom het AZC niet op een Rotterdamse locatie realiseren, in plaats van in het Zuidelijk Randpark? Een ruildeal waar ook Barendrechtse politici inmiddels positief op reageren.
En daar wordt het interessant.
Want als er kennelijk tóch alternatieven zijn die bespreekbaar zijn, waarom hebben we dan zo lang moeten horen dat het Zuidelijk Randpark de aangewezen of enige geschikte locatie was? Waarom wordt er nu wél enthousiast gereageerd op een alternatief buiten Barendrecht, terwijl inwoners hier al geruime tijd te horen krijgen dat de keuze in feite al gemaakt is?
Het meest opvallende aan de huidige politieke houding is misschien niet eens de vraag of Echt voor Barendrecht vóór of tegen een AZC is.
Het gaat om iets fundamentelers: waar is de strijd?
Waar is de partij die zegt: wij gaan tot het uiterste om de belangen van Barendrecht te verdedigen?
Waar is de partij die zegt: wij accepteren niet zomaar dat een landelijke overheid bepaalt wat er lokaal moet gebeuren?
Waar is de partij die zegt: als er alternatieven zijn, dan onderzoeken we die eerst serieus voordat we ons voor tien jaar vastleggen?
In plaats daarvan lijkt het soms alsof de politieke strategie tegenwoordig vooral bestaat uit jezelf zo comfortabel mogelijk met de rug tegen de muur zetten. Om vervolgens tegen de inwoners te zeggen: “Sorry hoor, maar we staan hier nu eenmaal.”
Dat is nogal een verschil met de partij die de indruk wekte dat zij juist vóór Barendrecht zou opstaan wanneer het erop aankwam.En misschien is dat uiteindelijk de kern van het verhaal. Niet of iedere beslissing verkeerd is. Niet of iedere landelijke verplichting zomaar genegeerd kan worden. En ook niet of een alternatief in Rotterdam daadwerkelijk haalbaar is.
De vraag is vooral wie er aan tafel zit namens Barendrecht, en hoe hard daar voor de belangen van Barendrecht wordt gestreden.
Want een lokale partij hoeft niet overal haar zin te krijgen. Ook niet de landelijke politiek. Maar van een partij die zegt er voor Barendrecht te zijn, mag je op zijn minst verwachten dat zij zichtbaar, overtuigend en vasthoudend voor Barendrecht opkomt.
Want wie ooit beloofde met de vuist op tafel te slaan, moet uiteindelijk wel oppassen dat hij niet vooral bezig is met het zoeken naar een stoel aan de tafel van een ander.