De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat drie Noord-Brabantse theaters het hoge btw-tarief over alcohol-dragende pauzedrankjes moeten afdragen. De Hoge Raad stelt dat het aanbieden van pauzedrankjes geen bijkomende dienst is, omdat het drankje niet van belang is voor het bijwonen van de voorstelling. Dit oordeel werkt door naar alle theaters van Nederland, waaronder Theater het Kruispunt.
Het oordeel betekent dat theaters op jaarbasis enkele duizenden euro’s extra moeten afdragen aan de Belastingdienst. Op de drankjes is niet het tarieg van 9 procent BTW van kracht, maar 21 procent en dat betekent dat de drie Noord-Brabantse theaters te weinig BTW hebben afgedragen
De mogelijkheid bestaat dat er met terugwerkende kracht betaald moet worden aan de fiscus. Barendrechts Belang stelt hierover vanwege Theater het Kruispunt in de persoon van Richard Carlebur de volgende vragen aan het college:
1. Heeft het college inzicht in de financiële gevolgen van deze uitspraak voor Theater Het Kruispunt?
2. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de exploitatie van Theater het Kruispunt?
3. Deelt het college de zorg dat dit de toegankelijkheid van cultuur in Barendrecht onder druk zet?
4. Zijn er gesprekken gaande met Theater het Kruispunt over deze ontwikkeling? Zo ja, wat is de aard en inzet van deze gesprekken?
5. Is het college bereid om – eventueel via de VNG of andere gremia – bij het Rijk aandacht te vragen voor de negatieve gevolgen van deze uitspraak voor de culturele sector?
6. Ziet het college mogelijkheden voor compensatie of aanpassing van regelgeving?
7.Hoe beoordeelt het college de financiële weerbaarheid van Het Kruispunt in het licht van deze (en andere) fiscale ontwikkelingen?
8. Zijn aanvullende maatregelen nodig om het theater toekomstbestendig te houden?