Er was eens een tijd .... waarin Echt voor Barendrecht (EVB) beloofde er te zijn voor de inwoners. Een partij die het dorpse karakter van Barendrecht wilde beschermen en zich nadrukkelijk wilde afzetten tegen de politieke cultuur van Den Haag: veel regels, veel overleg en weinig verbinding met de samenleving. Kortom de afstand tussen de lokale "verstikkende politiek" en de inwoners te verkleinen en de bestuurlijke "zelfstandigheid van Barendrecht" te behouden.
Die belofte klinkt inmiddels steeds holler.
Wie de afgelopen jaren de lokale politiek heeft gevolgd, ziet een partij die steeds meer is gaan lijken op de bestuurders waar zij ooit afstand van nam. Niet langer vooral een beweging vanuit er zijn voor inwoners, maar een bestuurspartij die lijkt te zijn gaan draaien om het behouden van haar positie binnen het gemeentebestuur. Dat beeld wordt steeds meer zichtbaar in dossier na dossier.
Neem De Stationstuinen. Het project wordt gepresenteerd als een ambitieuze uitbreiding van Barendrecht, maar voor veel inwoners is het vooral het symbool geworden van een bestuur dat kiest voor grootschalige ontwikkeling zonder voldoende oog voor de gevolgen voor de leefbaarheid. Meer woningen betekenen immers ook meer verkeersdruk, meer belasting van voorzieningen en een verdere aantasting van het dorpse karakter dat EVB ooit zei te willen beschermen.
Daarbij is de invloed van de ontwikkelaar binnen dit dossier voor veel inwoners een schrijnend punt. De omvang en belangen rondom het project roepen vragen op over de verhouding tussen commerciële ambities, bestuurlijke keuzes en de stem van bewoners. Wanneer een ontwikkelaar zoveel invloed lijkt te hebben op de richting en snelheid van een ontwikkeling, ontstaat het gevoel dat inwoners vooral mogen reageren op besluiten die al grotendeels zijn genomen. Juist een partij die zegt op te komen voor haar inwoners zou daar een stevige tegenkracht moeten bieden.
De verkeersproblemen rond de groei van Barendrecht dreigen daarvan een pijnlijk voorbeeld te worden. Files op de rondwegen, sluipverkeer door het dorp, schrappen van ov-lijnen en overvolle ontsluitingswegen zijn nu al jarenlang onderwerp van zorg. Toch lijkt bouwen steeds opnieuw voorrang te krijgen boven het eerst oplossen van de bereikbaarheid en leefbaarheid. In plaats van de infrastructuur op orde te brengen voordat nieuwe groei wordt gerealiseerd, worden problemen vooruitgeschoven. Dat is geen vooruitziend bestuur, maar het verplaatsen van zorgen naar de toekomst.
Ook het asieldossier en het ICB heeft de afstand tussen bestuur en inwoners zichtbaar gemaakt. Waar veel Barendrechters vroegen om maximale openheid, inspraak en een stevige verdediging van lokale belangen, ontstond bij een deel van de bevolking het gevoel dat besluiten vooral werden genomen vanuit bestuurlijke of politieke overwegingen en de landelijke druk. Juist een partij die haar bestaansrecht ontleent aan de stem van inwoners en de nadruk legt op lokaal, zou zich in zo’n dossier duidelijk en overtuigend moeten onderscheiden.
Hetzelfde geldt voor het centrum van Barendrecht. In een recente bijdrage schrijft EVB vol enthousiasme over een gezellige Middenbaan, meer groen, een aantrekkelijk winkelgebied en het behoud van het dorpse karakter. Mooie woorden, maar ze roepen vooral één vraag op: waar was EVB de afgelopen jaren?
Middenbaan steeds meer de 'kappersboulevard'
EVB was immers jarenlang de grootste partij en droeg bestuurlijke verantwoordelijkheid. Juist in die periode veranderde de Middenbaan steeds verder in wat veel inwoners inmiddels de 'kappersboulevard' noemen. Het winkelaanbod werd eenzijdiger, de aantrekkingskracht nam af en de levendigheid waar nu zo naar wordt verlangd, verdween stap voor stap. Dan is het wel erg gemakkelijk om nu met het 10-puntenplan te komen alsof de problemen gisteren zijn ontstaan. Wie jarenlang aan het stuur heeft gezeten, kan zich niet geloofwaardig presenteren als buitenstaander die de schade komt herstellen.
Steeds vaker ontstaat het beeld dat het behouden van bestuurlijke invloed belangrijker is geworden dan het vasthouden aan de oorspronkelijke uitgangspunten. Kritiek wordt afgezwakt, scherpe standpunten verdwijnen in compromissen en wie luistert op straat hoort dat de afstand tot de achterban groeit. Het lijkt soms alsof het behouden van de macht belangrijker is geworden dan het verdedigen van de idealen waarmee EVB ooit groot werd.
Want EVB werd juist opgericht omdat inwoners genoeg hadden van partijen die volgens hen vooral bezig waren met macht, functies en bestuurlijke afspraken. Inmiddels klinkt dezelfde kritiek steeds vaker richting EVB zelf: dat ook deze partij zich heeft laten verleiden door het pluche.
Politiek draait uiteindelijk om vertrouwen. Dat vertrouwen verdwijnt wanneer inwoners het gevoel krijgen dat bestuurlijke belangen, projectontwikkelingen en politieke afspraken zwaarder wegen dan hun dagelijkse zorgen. Of dat beeld volledig terecht is, doet uiteindelijk minder ter zake dan het feit dát het bestaat. Een partij die zegt haar wortels te hebben in de samenleving, zou er alles aan moeten doen om die twijfel weg te nemen.
De vraag voor EVB is daarom niet alleen hoeveel zetels de partij bij de volgende verkiezingen behaalt. De belangrijkere vraag is of de partij nog steeds begrijpt waarom zij ooit is opgericht.