Achter de Dordtselaan – ter hoogte van de Jan Ligthartstraat – speelde Feyenoord (toen nog: Feijenoord) twintig jaar lang aan de zogheten Kromme Zandweg (1917-1937). Een rij huizen vormde als ’t ware een eretribune, maar dan moesten de bewoners wel op zolder voor het raam gaan zitten. Die huizen aan de Dordtsestraat weg worden nu gesloopt.
Ze stonden er tien jaar eerder dan Feijenoord er kwam voetballen. Nu pas – ruim honderd jaar later – gaan ze tegen de vlakte. Dat geldt trouwens voor meer oude huizen aan de Dordtsestraatweg.

De Kromme Zandweg als hoofdveld van Feijenoord werd geopend op 26 augustus 1917 met een openingswedstrijd tegen Be Quick uit Zutphen, die door Feyenoord met 2-3 werd verloren. Het deed dienst tot maart 1937 toen De Kuip werd geopend. In de Tweede Wereldoorlog hebben de bewoners van de Dordtsestraat de eerste elftalspelers van Feijenoord nog even teruggezien toen de Duitsers de Kuip hadden gevorderd. De lagere elftallen bleven tot 1950 op het complex aan de Kromme Zandweg, voordat ze verhuisden naar Varkenoord.

Het Kromme Zandwegstadion had een overdekte zittribune van hout die plaats bood aan 400 mensen. In 1921 werd die vervangen door een nieuwe die plaats bood aan 1000 toeschouwers. Tevens kwamen aan de lange zijden van het veld staantribunes. In totaal was er plaats voor 12.000 mensen. In 1927 werd Feyenoord zelf eigenaar van de Kromme Zandweg. In 1935 werd een nieuwe staantribune gebouwd die plaats bood aan 10.000 mensen. De totale capaciteit van het stadion kwam hierdoor uit op 22.000 mensen.

De Kromme Zandweg bestaat nog steeds in Rotterdam. Maar door de komst van het Zuiderpark en de aanleg van de Vaanweg begint die nu pas te kronkelen in de richting van Charlois.