VVD Barendrecht komt met extra vragen na interpellatiedebat proces ICB

3 February 2026, 16:58 uur
Lokaal
mainImage
VVD-raadslid Cees Schaap.

Naar aanleiding van en in aansluiting op het ‘interpellatiedebat proces ICB’ op 27 januari jl in de gemeenteraad heeft de VVD de volgende vragen aan het college gesteld. Dit had raadslid Cees Schaap tijdens de raadsvergadering al aangekondigd. Toen kreeg de VVD'er van burgemeester Ronald Schneider niet de ruimte om alle vragen te stellen.  
 
1.   Over Voorbereidingsbesluit
Een Voorbereidingsbesluit (artikel 4.14, lid 3 Omgevingswet) strekt ertoe te voorkomen dat de locatie minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van het doel van de regels in het Omgevingsplan (lid 1). Op welke wijze zou dit voor de begane vloer nog juridisch houdbaar het geval kunnen zijn nu de last onder dwangsom voor de activiteiten op de 1e en 2e etage is ingetrokken?

2.   Over de last onder dwangsom
Acht het College het verenigbaar met het rechtszekerheidsbeginsel dat één en dezelfde activiteit binnen één gebouw deels legaal en deels illegaal zou zijn, temeer nu de last onder dwangsom is ingetrokken?

3.   Over feitelijke onderbouwing
Hoewel de handhaving door het college B&W is gestaakt met betrekking tot de 1e en 2e etage meent het college B&W dat maatschappelijke activiteiten op de begane vloer nog wel in strijd zijn met het eerder genomen Voorbereidingsbesluit.
 
Het betreffende Omgevingsplan en het Voorbereidingsbesluit maken evenwel geen onderscheid met betrekking tot de begane vloer en de overige etages. Ook de commissie Bezwaarschriften maakt niet een dergelijk onderscheid. Er is geen sprake van functionele of planologische differentiatie.
 
Heeft het College vastgesteld dat het gebruik van de begane vloer leidt tot een andere of ruimtelijke of functionele intensivering ten opzichte van de hogere etages die een afzonderlijk verbod desalniettemin zou rechtvaardigen? Zo ja, waar blijkt dat uit?
 
Het college B&W beraadt zich over invulling van het handhavingstraject.  Indien de bedoelde intensivering niet is vastgesteld, waarom wordt dan toch gedreigd met handhavend optreden?

4.   Over bestuurlijke consistentie
Erkent het College dat het intrekken van de last voor de 1e en 2e etage impliceert dat het eerdere handhavingsstandpunt onrechtmatig was?
Waarom is dat inzicht niet consequent toegepast op de begane vloer?

5.   Slotvraag
De wethouder is stellig dat de begane vloer in verband met het eerder genomen Voorbereidingsbesluit niet zou mogen worden gebruikt voor activiteiten van ICB. In de Raadsvergadering van 27 januari jl. geeft de wethouder echter aan dat er (nog) geen relevante jurisprudentie bestaat over een soortgelijke casus. Er bestaat echter een meer dan een aanmerkelijke kans dat ook rechtens zal worden geoordeeld dat het bedoelde gebruik door ICB dient te worden toegestaan, nu de begane vloer (i) noch zodanig fysiek, (ii) noch functioneel is gescheiden van de 1e en 2e etage en (iii) ook niet in het Omgevingsplan een afwijkend toegestaan gebruik is opgenomen.
 
Ook overigens zien wij objectief beschouwd niet in hoe of in welke mate het gebruik van de begane vloer voor activiteiten van ICB de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet, (extra) negatief zou kunnen beïnvloeden.
 
Met welk doel / motivatie volhardt het college B&W dan toch dat tegen een dergelijk gebruik handhavend dient te worden opgetreden?