Vóór de gemeenteraadsverkiezingen was ontsnappen aan de politiek in Barendrecht simpelweg onmogelijk. Je deponeerde je vuilnis en kreeg er drie folders en een handdruk voor terug. Op social media keken kandidaten je indringend aan, alsof ze je persoonlijk misten. Op straat werd je aangesproken als een oude bekende: “Hé, wat speelt er bij jou?” Onderwerpen waar je zelf nooit bij had stilgestaan, maar waar een kandidaat zichtbaar wakker van lag. Er werd geluisterd, geknikt, driftig genoteerd. “We nemen het mee,” klonk het steevast. Het politieke equivalent van “ik kom hier nog op terug”, maar dan met meer overtuiging en oogcontact.
En nu?
Stilte. Alsof na het sluiten van de stembussen iemand op een grote rode knop heeft gedrukt: campagnemodus UIT.
Men is druk met formeren, onderhandelen, verantwoordelijkheid nemen. Dat klopt ongetwijfeld. Besturen is complex, tijdrovend en, laten we eerlijk zijn, moeilijk aantrekkelijk te maken. Niemand scoort likes en duimpjes met een compromis in paragraaf 3.2 van een coalitieakkoord.
Aandacht voor de burger blijkt in de praktijk vaak een campagne-instrument, geen constante houding. Luisteren is geen doorlopende dienst, maar een tijdelijke actie geldig tot en met de verkiezingsdag.
Opvallend genoeg is er wél weer beweging aan de randen. De "(EVB) partijtrollen" ontwaken langzaam uit hun digitale winterslaap en duiken opnieuw op onder vrijwel elk socialmediabericht. Niet om te luisteren, maar om te framen of het gesprek subtiel te sturen alsof de campagne nooit echt is gestopt.
De ironie is scherp. Precies op het moment dat besluiten worden genomen, wanneer “we nemen het mee” ook echt ergens heen zou moeten, verdwijnt de zichtbaarheid. Alsof een restaurant na het opnemen van je bestelling de lichten dimt en zegt: “We zijn nu druk in de keuken, u hoort nog van ons.”