Barendrecht lijkt aan de vooravond te staan van een nieuwe politieke beweging. De naam ontbreekt nog, maar wie de namen op de voorlopige lijst bekijkt, ziet een patroon dat we in Nederland inmiddels kennen. De parallellen met de landelijke politieke partij Denk zijn moeilijk te negeren.
Net als Denk in zijn beginjaren lijkt deze nieuwe partij minder gebouwd op een uitgewerkt programma en meer op identiteit en herkenning. Niet toevallig duiken er namen op die binnen specifieke gemeenschappen bekend zijn, of eerder politiek actief waren rond gevoelige dossiers. Dat is op zichzelf legitiem immers representatie doet ertoe maar het wordt problematisch wanneer die herkenning vooral wordt ingezet als mobilisatiemiddel tegen een vermeend etablissement.
De ICB-kwestie fungeert daarbij waarschijnlijk als katalysator. Waar het een ingewikkeld dossier is met juridische, bestuurlijke en maatschappelijke lagen, wordt het in de politieke framing teruggebracht tot een symbool van structurele benadeling. Precies die versimpeling zagen we bij Denk: complexe problemen reduceren tot morele breuklijnen, waarbij nuance al snel wordt weggezet als onwil of zelfs vijandigheid.
Ook de samenstelling van de lijst is veelzeggend. Een lijstduwer die eerder op de lijst van EVB stond, duikt nu op bij deze nieuwe beweging. Dat doet denken aan de manier waarop Denk in verschillende gemeenten kandidaten aantrok die elders waren afgehaakt of vastgelopen, maar onder een nieuw label een tweede politieke adem vonden. Niet omdat hun ideeën wezenlijk veranderden, maar omdat de verpakking strategischer werd.
Het risico van deze aanpak is bekend. Politiek wordt dan geen zoektocht naar oplossingen, maar een permanent appel op gevoel: onrecht, miskenning, boosheid. Het wij-zij-denken sluipt erin, vaak impliciet, maar des te hardnekkiger. De vraag is niet of dat stemmen oplevert, dat doet het vrijwel altijd, maar wat het oplevert voor Barendrecht.