De naam alleen al roept vragen op. SUS. Het klinkt als iets wat je doet wanneer de gemoederen oplopen: een beetje sussen, kalmeren, praten, de-escaleren. "Kom jongens, rustig aan. Niet zo boos. Zullen we het er even over hebben?".
Laat ik vooropstellen: praten is soms verstandig. Een professional die een ruzie in de kiem smoort voordat die uitloopt op een vechtpartij, kan een hoop ellende voorkomen. Daar is weinig tegenin te brengen.
Maar toch blijft er iets knagen. Want wat gebeurt er als degene die voor je staat helemaal niet van plan is zich te laten sussen? Als intimidatie, agressie en geweld onderdeel worden van het uitgaansleven, is dan een vriendelijke waarschuwing nog voldoende? Of zijn we op een punt aangekomen waarop er niet alleen gesust, maar ook daadwerkelijk opgetreden moet worden?
Misschien moeten we de naam in Barendrecht veranderen in SNUS-team. Niet omdat we jongeren iets onder hun neus willen stoppen, maar omdat het soms lijkt alsof de aanpak zelf begint te verdoven. We hebben preventie. We hebben beveiliging. We hebben cameratoezicht. We hebben handhavers. We hebben politie. En nu dus ook een team dat de boel moet sussen.
En ergens boven dat geheel staat een gemeentebestuur dat vooral de rust lijkt te willen bewaren. Ook burgemeester Schneider lijkt daarin eerder de rol van susser dan die van doorpakker te kiezen. Sussen, overleggen en de-escaleren lijken een beetje de bestuurlijke stijl te zijn geworden. Dat kan soms verstandig zijn, maar het wordt een probleem als het steeds de plaats inneemt van duidelijke grenzen en consequenties.
Want daar draait het uiteindelijk om: wat gebeurt er met degene die zich misdraagt?
Veiligheid ontstaat niet alleen doordat je de brave meerderheid geruststelt. Veiligheid ontstaat óók doordat de kleine groep die over de schreef gaat weet dat er grenzen zijn en dat die grenzen daadwerkelijk worden gehandhaafd.
Een SUS-team in Barendrecht kan dus nuttig zijn. Sterker nog: als het voorkomt dat een opstootje uit de hand loopt, heeft het zijn waarde bewezen. Maar dan moeten we wel oppassen dat de-escaleren geen doel op zichzelf wordt. Soms is een gesprek genoeg. Soms moet je doorpakken.
Laten we er vooral geen SUS-samenleving van maken waarin degene die zich misdraagt steeds opnieuw wordt gesust, terwijl de rest zich maar moet aanpassen. Een veilig uitgaansleven vraagt om een zachte hand waar het kan. Maar ook om een stevige hand waar het moet. Want wie alleen maar blijft sussen, loopt uiteindelijk het risico dat niemand meer luistert.