mainImage

Mijn Tourwinaar is Wout van Aert

22 juli 2022, 11:45 uur
Columns

De werkelijke winnaar van deze Tour is natuurlijk Wout van Aert. Niet die Deen. Die wordt overal koninklijk in het zadel geholpen. Van Aert doet alles op eigen kracht. Van Aert is de Pieter Omzigt op wielen. Hij sjouwt en sleurt en drukt aan het einde van de dag met bruin gebrande armen tot tranen toe geroerd zijn kind tegen zijn witte borst. Armen zonder tattoos.

Ik ben er eens goed op gaan letten, maar wielrenners hebben geen plakplaatjes. Er is voor het oog nagenoeg niks ingebrand. Bij niet één. Misschien dat er thuis onder de douche op rug of pielemuis nog een verdwaalde tevoorschijn komt, maar over het algemeen zijn coureurs clean. Ze slikten zich tot voor kort een ongeluk, maar aan hun lijf geen Tattoo Bob.

Zo’n wielervrouw krijgt trouwens aan het einde van de zomer wel een raar gekleurde vent thuis. Gezicht, armen en benen door en door Spaans bruin, maar dan een torso zó wit is, witter bestaat niet.

Die Deen, dat is Jonas Jonas Vingegaard. Vriendelijk mannetje met een melkmuiltje. Toen ik nog spindoctor was van Feyenoord zat ik op alfabet jarenlang elke vliegreis naast Jon Dahl Tomasson. Die Denen worden vanzelf je vriend. Dus toen Jonas vacuüm verpakt gisteren drie kilometer voor de finish door een helper droog gedept en bezout werd achtergelaten wist ik: die gaat de show stelen. Zit in het karaktertje. 

Wel weer dankzij die Belg Van Aert met die Nederlandse opa en oma. Wout was vooruit gestuurd. Die was al bijna over de finish, maar kon nog net op tijd remmen. Allemaal hogere wiskunde. Bijna eng. Oude geslepen wielerjournalisten als Noppen, Ouwerkerk, Bindels en Van Holland snappen dit. Ik niet. Zelfs die paar seconden die Vingegaard inhield om de gevallen Pogačar in de race te houden werd in de Avondetappe tactiek genoemd. Jammer. Ik raakte er juist door ontroerd.

Dat heb ik trouwens vaker.

Toen de Canadees Hugo Houle dinsdag zijn ritzege in de Tour opdroeg aan zijn overleden broer hield ik het ook niet droog. Maar dat komt door de leeftijd. Ik jank dus tegenwoordig veel vaker dan gerechtvaardigd is. Geen idee of daar medicijnen voor zijn. Als Sigrid Kaag in beeld komt voel ik de tranen al aankomen. Maar in dat geval is het uit ergernis.

Ik was geroerd door het eerbetoon van Houle. Hij maakte vlak voor de meet met één vinger in de lucht een rechtstreekse wifi-verbinding met de hemel. Daar was zijn broer. Dus kreeg ik gelijk de ziekte in op die vrijer die hem tientallen kilometers in de bergen op de hielen had gezeten. En dat is nou net het verraderlijke aan emoties, want die nummer 2 had waarschijnlijk ook een familielid voor wie hij aan de finish een hommage in gedachten had. 

Voetballers die doelpunten scoren kijken trouwens al jaren met hun hoofd in de nek naar God, die ergens op zijn landgoed een gestorven oma of opa een abonnement op ESPN cadeau deed om hun kleinzoon te kunnen blijven volgen. Eén keer zo’n hulde is origineel. De tweede en derde keer ook. Vooruit: ook de vierde. Maar nu weten we het wel.

Het Zeeuwse eerste zondagwonderteam van de dorpen Zonnemaíre en Dreischor stond mij gisteren toe de rage op hun accommodatie zelfstandig af te sluiten. Klokslag 24:00 uur. Ik stak eerst een vinger in de lucht voor mijn 1963 overleden vader (toen was ik nog kind), vervolgens één voor mijn moeder die in 2002 volgde en tenslotte een derde voor die Rotterdamse mobiliteitswethouders die met het handhaven van die éénbaansroute op de Pleinweg en de ’s Gravendijkwal volkomen schijt hebben aan de bezoekers van het Erasmus MC. Maar die laatste hommage, dat was er één met de middelvinger.