Mijn petje

24 August 2026, 08:55 uur
Columns
mainImage

Toen ik op zestienjarige leeftijd ging honkballen bij het toenmalige RFC (nu Euro Stars), kreeg ik van mijn oom – waterklerk bij een Amerikaans bedrijf – een groene honkbalpet. Ik was de eerste!

Nuttig
Nu ik van een arts het advies heb gekregen uit de zon te blijven, draag ik dus zo’n petje. Eigenlijk vind ik het maar niks. In de Ballentent word je gevraagd je petje af te doen. Dat is bij mij niet nodig, want ik draag het niet binnenshuis, met als gevolg dat ik het regelmatig laat liggen in een van de restaurants c.q. cafés in Burgh-Haamstede die Nel en ik frequenteren. Dat is geen probleem, omdat ik ze altijd weer terug kan halen.

Op mijn petjes (ik heb er drie) staat met grote letters NLD en achterop staat onze nationale driekleur. Ik ben de enige die ze draagt en daarom worden ze na mijn vergeetachtigheid achter de tapkast bewaard tot ik weer langskom. De laatste keer kwam ik ergens binnen (kantine Schouwenduin), toen men verzuchtte: „Eindelijk”, en mij mijn petje – waar ik twee weken naar had gezocht – teruggaf.

Legerpetten
Ze zijn een cadeautje van onze jongste zoon, die met zijn bedrijf regelmatig opdrachten krijgt van Defensie. In sommige kazernes zijn die petjes te koop en hij weet dat ik ze leuk vind. Ik heb er één van de mariniers en twee van de landmacht (zomer en winter). Hij gaat er nog één van de marechaussee voor me kopen.

Ze zijn niet te koop in particuliere winkels en dat maakt het voor mij nog aantrekkelijker om ze te dragen. Daarnaast – dat heeft onze zoon goed ingeschat – heb ik er altijd spijt van gehad dat ik uit militaire dienst ben gebleven (vrijstelling als onderwijzer). Zo’n petje geeft toch een stoer gevoel en ik ben graag net iets te masculien.

Reacties
Pas na enige tijd merkte ik dat er op mijn petje gereageerd werd. Ik draag regelmatig mijn mooie groen-witte uitshirt van Feyenoord (geschenk van mijn oudste zoon) en krijg daar altijd positieve reacties op.

De reacties op mijn NLD-petje variëren. Duitsers hebben het gevoel dat ik ten opzichte van hen benadruk Nederlander te zijn en glimlachen bescheiden of wenden snel hun hoofd af. Bij Nederlanders verschillen de reacties. Soms krijg ik een brede glimlach en een duimpje, maar regelmatig ook een boze blik of zacht hoofdschudden. Ik denk dat de laatsten mijn petje als een uiting van nationalisme zien en volgens de „kwaliteitskranten” mag dat niet. Voeg daarbij dat linksdraaiende mensen graag van hun „gelijk” getuigen en je begrijpt hun afwijzing.

Bijzonder verhaal
Op een terras aan de Oosterschelde (Oliegeultje) werd mijn petje afgepakt door een ober. Hij bekeek het van binnen en zei: „Het is een echte; ik heb het een paar jaar gedragen in Afghanistan.”

Daarna volgde een gruwelijk verhaal over hoe hij als „langeafstandsschutter” twee dagen met een Amerikaan had liggen wachten tot een doelwit in zijn schootsveld kwam. „Je mag niet bewegen en naar het toilet gaan is niet mogelijk.”

Uiteindelijk schoot hij zijn slachtoffer dood toen die even een luchtje wilde scheppen. Naast hem liep een meisje van een jaar of acht, dat hij van de Amerikaan ook moest doden. Hij weigerde en zei tegen me: „Daar heb ik toch een beetje twijfel over gehad, want ze verraadde direct waar het schot vandaan kwam, met dit gevolg.” Hij klopte op zijn onderbeenprothese. „Maar ja, een kind doodschieten, dat doe je niet.” Ik heb hem overigens daarna niet meer gezien.

Volgens mijn zoon klopt het verhaal. Mensen die opscheppen, hebben het op zijn Amerikaans over een „sniper”. Hij beschreef zichzelf als langeafstandsschutter, dus hij was een echte militair.

Waar een NLD-petje al niet toe kan leiden.