Hoe veilig voelt u zich nog in Barendrecht? Het is een begrijpelijke vraag na de recente geweldsincidenten in Barendrecht. Zeker na de mishandeling van een 14-jarige jongen in Carnisselande, die door een groep jongeren werd geschopt en geslagen en van zijn fatbike werd beroofd.
Toch roept de manier waarop Echt voor Barendrecht (EVB) inwoners vervolgens vraagt waar zij zich onveilig voelen, een andere vraag op: zijn we nu serieus nog op zoek naar de hotspots in Barendrecht?
EVB zit al jarenlang in de gemeenteraad en profileert zich nadrukkelijk als een partij die de wijken ingaat, met inwoners praat en weet wat er speelt. Raadsleden bezoeken buurten, voeren gesprekken en halen signalen op. Dan mag je verwachten dat er inmiddels een behoorlijk beeld bestaat van de plekken waar de veiligheid onder druk staat.
Ook de gemeente staat niet met lege handen. Er is een organisatie die zich dagelijks met veiligheid bezighoudt, er zijn contacten met de politie en andere veiligheidspartners, en meldingen en incidenten worden geregistreerd. Er zou dus al veel bekend moeten zijn over locaties waar problemen zich voordoen en patronen die zich herhalen.
Waarom moeten inwoners dan opnieuw vertellen waar de problemen zitten?
Die vraag is des te relevanter met het oog op de commissievergadering Veiligheid van 7 oktober. Welke locaties springen eruit in de beschikbare cijfers? Welke patronen zijn zichtbaar? Wat is er met eerdere meldingen gedaan en welke maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen?
Want veiligheid is meer dan veiligheidsbeleving.
Een inwoner die zich ’s avonds ongemakkelijk voelt op een plein, verdient het om serieus genomen te worden. Dat gevoel kan een belangrijk signaal zijn. Maar iemand die wordt mishandeld en beroofd, heeft niet alleen te maken met een gevoel van onveiligheid. Er heeft een concreet geweldsincident plaatsgevonden.
Dat onderscheid doet niets af aan het belang van veiligheidsbeleving. Het voorkomt wel dat we het daadwerkelijke veiligheidsprobleem uit het oog verliezen.
Een donkere straat, geluidsoverlast, hangende jongeren of een slecht verlichte fietstunnel kunnen bijdragen aan een gevoel van onveiligheid. Maar voor een effectieve aanpak moet verder gekeken worden. Waar vinden geweldsincidenten en berovingen plaats? Waar keert overlast terug? Wat laten politieregistraties en meldingen zien? En welke maatregelen hebben daadwerkelijk effect?
Als inwoners straks massaal dezelfde plekken noemen die bij de gemeente, de politie en de politiek al jaren bekend zijn, levert dat niet vanzelf nieuwe inzichten op. Dan hebben we vooral opnieuw vastgesteld wat allang bekend was.
De vraag is dan niet alleen waar inwoners zich onveilig voelen, maar vooral waarom bekende problemen nog niet voldoende zijn opgelost. Zijn signalen onvoldoende opgepakt? Bleven maatregelen uit? Of hebben eerdere ingrepen niet het gewenste resultaat opgeleverd? En wie controleert of de aanpak werkt?
Ook de uitspraken van de burgemeester over veiligheid verdienen een kritische, inhoudelijke bespreking. Daarbij gaat het niet om hem woorden in de mond te leggen, maar om helder te krijgen welke veiligheidsproblemen centraal staan, op basis van welke informatie de gemeente die beoordeelt en wat er concreet aan wordt gedaan.
Als de nadruk ligt op hoe inwoners veiligheid ervaren, moet tegelijkertijd duidelijk zijn hoe de gemeente daadwerkelijke criminaliteit en geweld voorkomt en aanpakt.
Inwoners vragen waar zij zich onveilig voelen, kan waardevolle informatie opleveren. Maar het mag geen vervanging worden voor kennis die de gemeente en haar veiligheidspartners al behoren te hebben.
Wie al jarenlang signalen ophaalt, meldingen registreert en over veiligheidsbeleid spreekt, moet niet telkens opnieuw beginnen met vragen waar de problemen zitten. Dan is het tijd om te laten zien wat er met die kennis is gedaan, wat de resultaten zijn en wat er nog moet gebeuren.