Je kunt prachtige plannen maken over circulariteit, duurzaamheid en gedragsverandering. Maar als de vuilniszakken vandaag naast de container liggen, matrassen tegen de gevel staan en ratten en vliegende ratten (duiven) tussen het afval scharrelen, heeft de Rotterdammer daar bitter weinig aan.
En precies daar neemt het nieuwe Rotterdamse stadsbestuur een merkwaardige afslag.
Wethouder Sabine Biesheuvel van PRO wil niet simpelweg extra geld uittrekken om het afval op straat aan te pakken. Meer opruimen zou immers niet automatisch de oplossing zijn. We moeten vooral afval voorkomen en inwoners bewuster maken van hun gedrag.
Allemaal waar.
Maar afvalpreventie haalt de vuilniszak van vanavond niet van de stoep. Een circulaire ambitie verwijdert morgen die kapotte bank niet uit de straat. En bewustwording bestrijdt vandaag de ratten, vliegend of kruipend, niet.
Daarvoor moet je gewoon schoonmaken. Snel, consequent en zichtbaar.
Een stad die haar afval niet onder controle heeft, heeft namelijk veel meer dan een schoonheidsprobleem.
Afval trekt ongedierte aan, veroorzaakt stank, vergroot gezondheidsrisico's en vervuilt bodem en water. Grofvuil en vuilniszakken blokkeren trottoirs. Plastic en verpakkingen waaien via straten, singels en riolen uiteindelijk richting rivier en zee.
Maar afval en een smerige straat doen nog iets. Ze veranderen de norm op straat. Waar het schoon is, valt één vuilniszak op. Waar er al tien liggen, kan die elfde er blijkbaar ook nog wel bij.
Juist daarom is de redenering dat snel opruimen verkeerd gedrag zou kunnen belonen zo twijfelachtig. Je kunt haar net zo goed omdraaien: hoe langer je afval laat liggen, hoe sterker je uitstraalt dat vervuiling blijkbaar normaal is.
En bovendien: wie straf je eigenlijk als je minder opruimt?
Stel dat negentig bewoners hun afval netjes aanbieden en tien mensen er een zooitje van maken. Dan laat je niet alleen de vervuilers met de gevolgen zitten. Vooral die negentig anderen mogen tegen de troep aankijken, de stank verdragen en de ratten zien smullen.
Dat is de wereld op zijn kop.
De vervuiler aanpakken is handhaving.
Afval verwijderen is stadsbeheer.
Minder afval produceren is preventie.
Hergebruik stimuleren is circulair beleid.
Waarom zou Rotterdam tussen die taken moeten kiezen?
Dat is des te merkwaardiger omdat PvdA en GroenLinks het probleem in eerdere verkiezingsprogramma's zelf nadrukkelijk erkenden. De PvdA noemde straatvuil zelfs ergernis nummer één van veel Rotterdammers. GroenLinks wees eveneens op de grote ergernis over zwerfafval.
Terecht.
Want een schone openbare ruimte is geen luxe, maar een van de meest basale diensten die inwoners van hun gemeente mogen verwachten.
Natuurlijk moet Rotterdam tegelijkertijd minder afval produceren, spullen langer gebruiken, repareren, hergebruiken en recyclen. Ook dat is noodzakelijk.
Maar dat is geen alternatief voor schoonmaken.
Het is aanvullend beleid.
Dus wethouder: ruim hotspots snel op. Zorg dat containers werken en niet overvol zijn. Haal grofvuil weg. Maak het correct aanbieden van afval eenvoudig. Pak illegale dumpers stevig aan.
En werk tegelijkertijd aan minder afval, meer hergebruik en meer verantwoordelijkheid bij bewoners en bedrijven.
Dat heet geen symptoombestrijding.
Dat heet behoorlijk bestuur.
Rotterdam hoeft niet te kiezen tussen een schone stad vandaag en een circulaire stad morgen.
Een serieus stadsbestuur zorgt voor allebei.
En als daarvoor volgens deze wethouder geen extra geld beschikbaar is, dan is dat geen natuurwet.
Dan is het een politieke keuze.
En precies die keuze mogen Rotterdammers haar aanrekenen.