Bij het ontspullen van ons bomvolle huis kan ik uiteraard mijn boekenkast niet onaangeroerd laten. Mijn oog viel op het werk Erflaters van onze beschaving van Annie en Jan Romein. Twee marxistische geschiedschrijvers (Jan: 1893-1962). Zoals zo vaak besloot ik het boek te herlezen.
Marxistische invalshoek
Van Jan Romein is de uitspraak: „Clio* is een hoer. Je kan haar gebruiken zoals je wilt.” Vandaar dat hij de lezers van zijn werken vooraf liet weten dat hij (net als zijn vrouw Annie) schreef vanuit zijn marxistische visie op de samenleving.
Het is overigens opvallend hoe mild hij zich uitlaat over Jan Pieterszoon Coen, Louis de Geer, koning Willem I en andere grootgeldverdieners. Hij ziet hen als kinderen van hun tijd! Een beeld dat door velen dezer dagen niet meer wordt gedeeld. Ook hun visie op wie onze erflaters zijn, wordt, denk ik, niet meer onderschreven.
Boekje van Roterodamum
Soms komen twee dingen samen. Van een verre vriend kreeg ik een boekje over oud-Rotterdam, uitgebracht door Roterodamum, het historisch genootschap in onze stad. Plotseling kwam het hierboven vermelde citaat van Jan Romein weer bij me op.
Ik (Calimero Sörensen) heb nogal slechte ervaringen met die club. Vandaar dat ik die ongeveer vijftien jaar geleden heb verlaten.
Mijn partij Leefbaar Rotterdam heeft de laatste 25 jaar haar stempel op de Rotterdamse politiek gedrukt, maar Roterodamum heeft nimmer aan een betrokken lid en historicus (Calimero S.) gevraagd haar ontstaansgeschiedenis op te schrijven. Wel kon ik één keer een lezing houden, die door enkele „verzetslieden na de oorlog” hinderlijk werd verstoord. Het boek*** over Fortuyn en onze stad is geschreven op initiatief van burgemeester Opstelten.
Politiek commentaar
In mijn boekenkast staat een boek van prof. Tops over de vier bestuurlijke jaren van het college onder auspiciën van Leefbaar. In het exemplaar dat hij aan mij gaf, staat: „Voor Ronald, omdat er iets heel bijzonders is gebeurd in Rotterdam.” Het boek is een studieboek bestuurskunde geworden.**
In die eerste periode is verder veel ingehaald: de Tweede Maasvlakte aangelegd, de Keileweg gesloten, Perron Nul gesloten, de veiligheidsindex ingevoerd, de eerste islamdebatten gehouden, 3.000 woningen per jaar gebouwd, het Havenbedrijf verzelfstandigd, de bestuursdienst flink afgebouwd en het vertrouwen van 35 procent van de bevolking gewonnen. Te veel om op te noemen.
Ik kom tot deze opsomming omdat de huidige vicevoorzitter van Roterodamum, prof. Paul van Laar,**** destijds (2006) schreef dat er in de vier jaar Leefbaar Rotterdam niets gebeurd is. Clio heeft ook oogkleppen!
De deur dicht
Op een zeker moment werd ik gebeld door een historica uit 020. Zij vroeg me, na een bezoek aan ons archief, of ze gebruik mocht maken van mijn werkstuk voor mijn MO-akte en mijn doctoraalscriptie.
Ze was op verzoek van het bestuur van Roterodamum begonnen aan een stuk over NSB-burgemeester Müller en kwam tot de conclusie dat ik over dat onderwerp al twee keer uitvoerig had geschreven.
Ik was even stil en vroeg haar, nadat ik mijn verwondering had verwerkt: „Vindt u het ook niet raar?”
„Wat?”, vroeg ze.
Ik antwoordde: „Dat ze dat stuk over Müller niet aan de kenner, Rotterdammer en nota bene hun eigen lid (Calimero S.) hebben overgelaten?”
Ze was even stil en zei: „Inderdaad, nu ik erover nadenk, is dat inderdaad raar. Ik begrijp het niet.”
Ik begreep het wel! Hoeren komen vaak uit een hoerenkast.
* Clio: muze van de geschiedenis.
** Onze zoon kreeg er les uit aan Nyenrode.
*** Albert Oosthoek, Pim Fortuyn en Rotterdam (2005), Donker.
**** Hoogleraar Geschiedenis van Rotterdam, EUR.