Heel Rotterdam keek deze week naar Mirian Harika.
Naar de klachten.
Naar de ombudsman.
Naar de vraag of PRO haar wethouder overeind zou houden.
Kortom: alle camera’s stonden op één deur gericht.
En precies toen kwam uit een andere deur Joan Nunnely naar buiten.
Niet de beoogde D66-kandidaat werd wethouder, maar Joan.
Een politieke stunt in het stadhuis.
Rotterdam op zijn best.
Of op zijn Rotterdams gezegd: als je denkt dat je weet waar de klap valt, komt hij van de andere kant.
Wie langer meeloopt in de Rotterdamse politiek, wist dat dit kon gebeuren.
In 2014 zagen we dit kunstje al bij Leefbaar Rotterdam.
Toen werd Ingeborg Hoogveld op het laatste moment weggestemd.
Niet zij, maar Ronald Schneider werd wethouder.
Ook toen was er gedoe.
Ook toen was er intern ongenoegen.
Ook toen bleek: een coalitievoordracht is pas zeker als de stemmen echt geteld zijn.
Papier is geduldig.
Raadsleden niet.
Wat hier gebeurde, was geen ongelukje.
Joan Nunnely had de linkse hoek natuurlijk al mee.
BIJ1, PvdD, SP: die hoefden bij haar inclusieverhaal waarschijnlijk niet lang na te denken.
DENK zag de kans om het nieuwe college direct een lesje afspiegeling van de stad te geven.
Leefbaar zag de kans om D66 een tik uit te delen.
En als Leefbaar beweegt, bewegen Forum en 50PLUS meestal ook gezellig mee.
Tot zover niets verrassends.
Maar dan Gerben van Dijk.
ChristenUnie.
Dat is de interessante stem.
Want dit voelt niet als klassieke CU-politiek.
Dit voelt als: wij zijn niet gekozen boven CDA of Volt, maar wij bestaan nog wel.
Een klein trapje na?
Een moreel stemmetje?
Of gewoon Rotterdamse raadslogica met een psalmboek onder de arm en een politieke dolk in de binnenzak?
Hoe dan ook: dit was geen incident.
Dit was een waarschuwing.
Het nieuwe college is begonnen met tien wethouders, veel ambitie en meteen een nederlaag.
De oude 23/22-dynamiek is terug.
Elke stemming wordt tellen.
Elke afwezige wordt spannend.
Elke persoonlijke ergernis kan politiek worden.
En iedere wethouder weet vanaf nu: de oppositie hoeft niet groot te zijn om dodelijk te zijn.
Ze hoeft alleen maar te kunnen rekenen.
De hele week ging over Harika.
Maar de echte stunt zat ergens anders.
Niemand zag haar aankomen.
Behalve misschien de hazen.
Want die liepen allang.