De EVB heeft vervolgvragen gesteld over de handelswijze van projectontwikkelaar Ubuild bij de verkoop van de appartementen Singelstaete op de voormalige Rabobank-locatie in het centrum van Barendrecht. De oppositiepartij is niet tevreden over de beantwoording van de vragen door wethouder Peter Luijendijk. Het Ridderkerkse Ubuild heeft aan de belangstellenden voor de woningen gevraagd wat zij als surplus wilden betalen op de vraagprijs. Deze handelswijze riep vragen op bij de EVB en uiteraard bij veel Barendrechters.
''Als antwoord op onze vraag vier over financiële haalbaarheid en het surplus dat door de ontwikkelaar nu wordt gevraagd aan kopers stelt u onder meer: “De onderhandeling over de door de gemeente te verkopen grond maakte hierbij maar een klein onderdeel van het totale project Singelstaete. Bij deze onderhandeling is door de gemeente continu getoetst aan de door de raad vastgestelde nota grondprijzen.”
Onze vervolgvragen naar aanleiding van bovenstaande passage betreffen de navolgende onderdelen:
1. Nota grondprijzen 2014
2. Nota grondbeleid 2016-2019
3. Ongeoorloofde overheidssteun bij gemeentelijke grondtransacties
4. Nota Grip op de Centrumaanpak 2017
5. Commissiebehandeling 21 mei 2019
Nota grondprijzen 2014
1. is er bij deze grondprijs onderhandeling met de ontwikkelaar extern advies/taxatie gevraagd? Zo ja, wat was de uitkomst van dit extern advies?
2. Was er bij deze transactie sprake van een aantoonbaar afwijkende grondprijs? Zo ja, hoe groot was de afwijking in grondprijs, rekening houdend met een marktconforme prijsstelling, prijspeil 2020 en de locatie L binnen de centrumaanpak?
3. Op grond waarvan heeft het college besloten de gemeenteraad conform Artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet niet vooraf inlichtingen te verstrekken, mocht blijken dat de afwijking in de overeengekomen grondprijs hier wel aanleiding toe zou geven?
Nota grondbeleid 2016-2019
De door u aangehaalde nota grondprijzen is na 2014 niet meer verschenen, dus ook niet geactualiseerd door de gemeenteraad. Volgens de nota grondbeleid 2016-2019 wordt gewerkt met functionele grondprijzen, welke afhankelijk zijn van de functie waarvoor het betreffende perceel zal worden gebruikt door de afnemer. Hierbij wordt de grondwaarde afgeleid van de opbrengsten en de kosten van de bestemming die daarop wordt gerealiseerd.
4. Welke grondprijsmethodiek is toegepast bij het bepalen van de betreffende grondprijs?
Ongeoorloofde overheidssteun bij gemeentelijke grondtransacties
5. Kunt u cijfermatig onderbouwd bevestigen dat bij deze grondtransactie het college geen ongeoorloofde overheidssteun heeft verstrekt aan de ontwikkelaar, rekening houdend met markt conforme grondprijzen, prijspeil 2020 en de locatie voormalig Rabobanklocatie te weten locatie L binnen de centrumaanpak?
Nota Grip op de Centrumaanpak 2017
De centrumaanpak is een organische ontwikkeling, waarbij de voormalige Rabobank locatie binnen deze ontwikkeling is aangeduid met locatie L.
Vanwege deze organische ontwikkeling is de kadernota bekend onder de nota Grip op de Centrumaanpak, geactualiseerd door de raad vastgesteld begin 2017, van kracht. In dit kaderdocument is ten aanzien van de ontwikkelstrategie van locatie L, de voormalige Rabobanklocatie, de betrokkenheid van de gemeenteraad vastgelegd welke inhouden:
• Bijpraatsessies
• Informatiebrief anterieure overeenkomst
• Vaststelling stedenbouwkundige randvoorwaarden n.a.v. overeenkomst
• Planologische procedures
6. Waarom heeft u voorafgaand aan de behandeling van dit bouwplan in de commissievergadering van 21 mei 2019 de informatiebrief inzake de anterieure overeenkomst niet met de raad gedeeld zoals vastgelegd in kadernota Grip op de Centrumaanpak?
7. Kunt u deze overeenkomst alsnog met de gemeenteraad delen?
Commissiebehandeling 21 mei 2019
In de commissie vergadering van 21 mei 2019 is door onze EVB woordvoerder van Bommel de vraag gesteld of een verkleining van het pand mogelijk was, zodat het nieuwe pand niet door de rooilijn heen gaat en bewoners van Windsingel 1 en 3 langs het gebouw konden blijven kijken. De ontwikkelaar antwoordde hierop:
– We moeten van de gemeente (ruimtelijk kader) een parkeerkelder aanleggen, dat is duur en per definitie verliesgevend.
– Wanneer we het gebouw kleiner maken zal dit ten koste gaan van een rij parkeerplaatsen in de parkeerkelder, waardoor de parkeernorm (ruimtelijk kader) niet wordt gehaald.
– Wanneer we het gebouw kleiner maken worden er te weinig meters (woonoppervlakte) boven de parkeerkelder gemaakt om de kosten van de parkeerkleder te compenseren. Als we het verkleinen zou het plan onhaalbaar worden.
8. Kunt u wat uitgebreider ingaan op hetgeen door de ontwikkelaar in de commissie is gesteld, namelijk dat het niet kleiner kon, in het licht van de surplus actie van de ontwikkelaar? Hoe beoordeelt het college deze beweringen nu in het kader van deze surplus actie?