In de titel van het gisteren door oud-burgemeester Bram Peper aan de legendarische middenvoor van Feyenoord, Cor van der Gijp, overhandigde boek staat ‘Kraan, en de donderstenen van Feyenoord.’ De auteur Jan D. Swart legde gisteren in de Ballentent uit wiens naam op deze wijze werd afgekort. Henk Kranendonk, hoog intelligent, Oxford en een vleugje tricky.

Kraan was de stadshumorist in de jaren zestig en zeventig. Als Van der Gijp en Schouten in hun jonge voetbaljaren hun kroegenrace beginnen, van Bristol naar ’t Fust, van de Oase naar Maaszicht, van Club ‘66 naar Jan Linssen, slepen ze de jonge Moulijn mee. En overal komen ze Kraan tegen: een beetje smokkelaar, een groot ritselaar, de ongekroonde koning van de gesloten havenkades. Het lachen begint.

‘’Kraan had met Coen op de zondagschool gezeten en ook samen met hem een vakantiebaantje gehad op het Zwaanshals’’, vertelde auteur Jan D. Swart gisteren. ‘’Het is 1953. Elke vrijdag lopen ze na sluitingstijd over de Noordsingel naar café Du Nord om er te biljarten.
Maar ze hebben één probleem. Kraan is 18 en Coen 16.
In 1953 kwam je toen de kroeg niet en biljarten was helemaal uit den boze.
‘’Kraan zei de eerste keer: ik ben 18 en dat was voor het eerst dat hij niet loog’’, vertelde Coen,
‘’En dit is m’n tweelingbroer’’, wijzend naar mij. ‘’U ziet: hij is iets kleiner, maar hij is dan ook na mij geboren. Zuurstoftekort. Hij is doofstom, maar u zal zien: hij kan weergaloos biljarten. En tegen mij’’, vertelde Coen, ‘’tegen mij had ie gezegd: het enige wat je moet doen is je bek houden. Ik biljartte dus de hele avond met gebarentaal. En als ik won ging Kraan de tafels langs om geld voor me op te halen. Maar daar heb ik nooit één cent van gezien.’’

Swart: ‘’Jan Linssen is tien jaar lang blij geweest met Kraan. Want waar Kraan kwam was er humor. Kraan eiste een café volledig voor zich op. En als je hem een geheim vertelde, en je zei dat het geheim moest blijven, zei hij altijd: dat duurt vijf minuten.
Geheimen – daar at en daar dronk hij van.
Er was dus niet één voetbalbestuurslid dat hem een gratis kaartje durfde te weigeren en als het bestuurslid het vermoeden had dat Kraan nog véél meer wist, dan werden het twee kaartjes, soms zelfs loge.

Kraan wist alles en chanteerde. Maar ‘niet onbesuisd,’ zei hij altijd zelf. ‘Ik ben goed opgevoed, geen bullebak. Ik vraag geen geld om een geheim te bewaren, ik tik slechts veelzeggend op schouders als ik dorst en honger heb, want ik ben natuurlijk wel de intelligentste rooie panner van Rotterdam.’’

Het einde van het leven van Kraan is minder leuk. Zijn levenloze lichaam wordt gevonden in een sloot in Capelle aan den IJssel en aanvankelijk wordt hij zelfs als een onbekende zeeman begraven. Hij werd 45 jaar. Nooit is komen vast te staan wat de doodsoorzaak is geweest. Gisteren waren zijn dochter, zus en broer in De Ballentent aanwezig.

Zie ook: Peper presenteert Donderstenen Feyenoord


Jan D. Swart legt uit wie Kraan was


De Ballentent, gisteren