Al weer enige tijd geleden kwamen twee leden van de PvdA middels een pamflet genaamd Vrij Links tot de conclusie dat hun partij de band met haar voormalige kiezers verloren heeft. Sterker nog, dat die partij haar oorspronkelijke uitgangspunt, gelijkwaardigheid, volkomen uit het oog heeft verloren. Beiden noemen daarbij de houding van de PvdA in onze stad als voorbeeld.

Eddie Terstall – filmer – verwoordde het als volgt: “Kennelijk vinden ze bij die afdeling de islamisten van Nida minder erg dan het tante Truus-populisme van Joost Eerdmans, de leider van Leefbaar Rotterdam.”

Ik ben het met die rode 020-filosoof eens, maar zijn  beschrijving van het goed doordachte verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam is voor mij de meest opvallende constatering.

In zijn kringen mag namelijk uitsluitend ijdel gesproken worden over Leefbaar Rotterdam, maar nu hij die duidelijk minder slecht vindt dan zijn Rotterdamse partijgenoten, wil hij, om nog een kansje op welke kieslijst dan ook open houden, perse iets denigrerends zeggen over mijn partij: Wij zijn tante Truus populisten!

“Tante Truus populisme” is dus de denigrerende benaming van ons leesbare, geïllustreerde partijprogramma.  Iedereen mag en moet vertegenwoordigd worden, maar als je “tante Truus” vertegenwoordigt, dan is dat voor die pseudo-intellectueel maar niets. Daar doet hij – de grote rode denker uit 020 – laatdunkend over.

Het tragische is, dat hij daarmee precies uitlegt waarom zijn partij in onze stad meer dan de helft kleiner is dan de Tante Truus-populisten. Gewone mensen als tante Truus en haar man (ome Arie?) hebben namelijk ook een mening! Daar moet je niet neerbuigend over doen, maar daar moet je naar luisteren en die moet je serieus nemen.  Je dient als politieke partij hun ongenoegen om te zetten in daden die dat ongenoegen wegnemen. En daarmee faalt de partij van slimme Eddie nu op alle fronten, zoals hij zelf ook constateert.

Liever luisteren ze naar het geweeklaag van mono-culturele belangengroepen dan naar die “domme” ome Arie en tante Truus: Rotterdammers, die hun veranderende omgeving bezien en erover klagen en die moedeloos zijn van het collectieve wegkijken door zogenaamde correcte politici. Van die ‘onderbuikgevoelens’ willen de wegkijkers van Eddie’s partij niets weten. Pas als één van die volstrekt overbodige antidiscriminatiebureaus met een klacht komt, gaan ze aan het werk.

Subsidiespons Eddie (ooit een film van hem gezien?) moet zich dan ook niet verwonderen over het feit dat zijn partijgenoten in Rotterdam liever voor antisemitische islamisten kiezen dan voor “ome Arie en tante Truus” De kern van het probleem is dat ze zich ver boven hen verheven voelen. Het gaat zijn partijgenoten ook niet om het oplossen van de problematiek in onze stad, maar om een lucratieve betrekking.

Niet het bestrijden van ongelijkwaardigheid tussen b.v. mannen en vrouwen, het opkomende antisemitisme of het helpen van mensen die door het gebrek aan integratie tussen wal en schip zijn geraakt krijgen hun aandacht. Hun prioriteit is een plek op de steeds kleiner wordende kieslijst en daarom houden ze zich van de domme; sterker nog beledigen ze mensen die het niet met hen eens zijn.

Verloren ze in 2014 tot hun verbijstering 40% van hun stemmen, in 2018 is het weer gebeurd en de lijstrekker krijgt van haar partijgenoten nu het compliment dat ze het zo goed gedaan heeft. Het verliezen van hun oorspronkelijke electoraat aan Leefbaar Rotterdam interesseert de partijgenoten niet, want ze willen niet meer met dat electoraat geassocieerd worden. Sterker nog ze kijken er met dedain op neer.

De linkse elite is in onze stad een tastbaar feit! Het verwonderlijke is dat ze in hun fractiekamer nog een portret van Domela Nieuwenhuis hebben hangen. De man die zo terecht vocht tegen de elite in zijn tijd!

Ronald Sørensen is een politicus. Hij was achtereenvolgens lid van de partijen Leefbaar Rotterdam (grondlegger) en de PVV, voor welke partij hij van 2011 tot 2015 in de Eerste Kamer zat.