In 1918 werd onze grondwet resoluut veranderd. Het kiessysteem ging volkomen op de helling en veranderde in het systeem zoals dat nu nog bestaat: Evenredige vertegenwoordiging! Bij de verkiezing van de leden van onze Senaat of Eerste Kamer bouwde men een merkwaardige manier van kiezen in. De leden werden niet direct gekozen zoals de leden van de Tweede Kamer, maar indirect via de leden van Provinciale Staten: Een zogenaamde getrapte verkiezing.

De reden was duidelijk. Ook in die tijd domineerden de gewesten Noord en Zuid-Holland de politiek en uiteraard werd vooral vanuit Amsterdam de gedachte geventileerd dat buiten de grachtengordel de beschaving ophield. Er is dus niets nieuws onder de zon. Het gros van de politieke ambtsdragers kwam er vandaan.

De commissie die de grondwetswijziging voorbereidde speelde in op het bij de rest van ons land aanwezige sentiment en bouwde het op het eerste oog zo merkwaardige stelsel van getrapte verkiezingen in. De bedoeling was dat de leden van de Provinciale Staten kandidaten uit hun eigen provincie zouden kandideren om zo regionale spreiding te bewerkstelligen en het Hollandse overwicht in ieder geval in de Senaat te beteugelen: En alzo geschiedde. De grachtengordel werd in onze senaat zodoende niet oververtegenwoordigd.

In de honderd jaar die volgde veranderden de werkwijze en doelstelling van de senaat echter drastisch. In plaats van een kamer van reflectie werd het een politiek lichaam dat de regering kan maken en breken. Ook het kiezen van de leden werd aan die veranderde samenstelling aangepast. In alle provinciën dezelfde kieslijst en de leden van Provinciale Staten werden vriendelijk doch dringend verzocht op nummer één van hun partij op die kieslijst te kiezen. Het gevolg liet zich raden. In de Hollandse achterkamertjes werden voortaan de senatoren door hun partijbonzen benoemd.

Ik kom tot deze ontboezeming toen ik op deze site las dat de Barendrechter Lennart van der Linden op de lijst voor de Eerste Kamer staat voor de partij waar ik ook lid van ben (ik heb niet voor de senaat gesolliciteerd). Uiteraard bekeek ik de lijst met extra belangstelling omdat ik vrij veel mensen ken die lid zijn van het Forum voor Democratie. De partij waar ik mijn hoop op heb gevestigd als lokaal politicus, als voorstander van drastische democratisering van ons politiek stelsel en omdat ik in het partijprogramma veel Fortuynisme terug kan vinden.

Ik keek niet alleen met belangstelling, maar ook met enige argwaan. Hoofdkwartier van de partij is in 020 aan de grachtengordel gevestigd en wordt geleid door mensen uit 020. Hun Tweede Kamerleden wonen in 020. Het laatste congres werd gehouden in 020 en het volgende is weer in 020. Mijn argwaan werd bevestigd. Van de eerste vijf kandidaten op de lijst is 80% afkomstig uit……. inderdaad; je wordt er moedeloos van.

De stad waar 18 jaar gelden de populistische revolte begon en waar de Fortuynistische fakkel al zestien jaar brandend werd gehouden, doet er klaarblijkelijk niet toe en is onbelangrijk. Landelijk heeft bijna 35% van de kiezers bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen lokaal gestemd. In 020 geen enkele kiezer. Toch hangt de rest van Nederland inclusief ons Rotterdam er maar een beetje bij.

Ik vraag me wel eens af: Zou ‘r een pilletje tegen dat volkomen misplaatste Amsterdamse superioriteitsgevoel zijn?