Speciaal voor deze website wil Remco Abel nog één keer zijn verhaal doen over die nacht die alles voor hem en zijn gezin veranderde. De nacht van dinsdag 18 op woensdag 19 september toen niet alleen restaurant Abel compleet in de as werd gelegd maar toen ook het aanpalende woonhuis, waar het gezin vele jaren met groot plezier had gewoond, volledig afbrandde.

Remco Abel: ,,Het werd die dinsdag laat. Het was een drukke avond en alle zalen en het terras zaten vol. Trouwens ook nog honderd man politie in de zaak, die avond. Rond 0.30 uur waren we klaar en heb ik zelf de keuken gecontroleerd. Gelukkig zelf, zodat ik niemand anders iets kan verwijten. De brand is overigens ook niet ontstaan in de keuken. Waar wel, is nooit meer duidelijk geworden. Rond 1.30 uur ging ik naar bed.

Om 04.00 uur werd ik wakker, ik moest naar het toilet. Vreemd, want dat gebeurt eigenlijk nooit. Mijn vrouw Sigrid werd daar wakker van en zij hoorde rond 04.15 uur iets. Ze keek uit het raam, zag een oranje gloed en riep mij meteen. We renden allebei meteen naar de voorkant van het huis. Ik belde al lopend 112 en Sigrid haalde de kinderen uit bed en ging met hen zo snel mogelijk naar buiten. Terwijl ik aan het bellen was zag ik vanuit de woonkamer dat het wel heel hard ging met de brand. ‘Dat gaat niets meer worden’, dacht ik toen al meteen. Sigrid wilde nog gaan blussen. Maar ik riep alleen maar ‘Nee’. ‘Wat ziet u?’, vroeg de stem van 112. ‘Heel veel brand’, antwoordde ik.

Toen stonden we met het hele gezin buiten. De kinderen in hun pyjama, Sigrid had nog snel een trui aangetrokken en ik stond er in mijn onderbroek. We waren de boulevard opgerend en ik was nog steeds met 112 aan de telefoon. Toen hoorden we ook knallen. Later bleken dat koolzuurflessen te zijn geweest. Alle gasflessen hebben de brand, wonderlijk genoeg, overleefd.

Op dat moment beseften we ons dat we de buurman niet zagen. Het restaurant stond toen al volledig in brand en het woonhuis bijna. Ik liep naar het huis en riep ‘Buurman, buurman’. In alle consternatie was ik zijn naam vergeten. Toen we geen reactie kregen probeerde Sigrid een raam in te gooien met een steen. Dat lukte niet. Toen ik het daarna probeerde wel en daar werd hij gelukkig wakker van. Hij kwam aanlopen en ging ineens weer terug het huis in. Hij wilde zijn kat redden. Met kat kwam hij even later naar buiten en toen stonden we met z’n allen op de boulevard.

Even daarna kwamen de hulpdiensten. Naar later bleek, was de politie er na vier minuten en de brandweer binnen zeven minuten. Gek genoeg kwamen er toen ook al mensen uit het dorp. Iemand ging, heel lief, ook al meteen kleding halen want ik stond nog steeds in mijn onderbroek. Na een minuut of tien kwamen er steeds meer mensen uit het dorp. Hoe die het allemaal wisten, is mij een raadsel. De brandweer had de brand intussen opgeschaald, maar er was toen eigenlijk al niets meer aan te doen.

Van de brandweer moesten we daarna ook verderop gaan staan. Even later kwam mijn vader Simon als een soort Bokito door de politieafzetting heen. Hij was ‘gewaarschuwd’ door ons alarmsysteem en kon ons niet bereiken omdat ik steeds met 112 in contact had gestaan. Hij had dus geen idee wat er met ons gebeurd was en was erg blij toen hij ons zag.

Daarna werd het onwerkelijk voor ons. We hadden niets meer, alles was weg. Een bizarre situatie. Maar meteen daarna hebben we zoveel hulp aangeboden gekregen. Ongelooflijk. Echt een warm bad. Dan blijkt het toch echt weer een dorp te zijn. Via vrienden kregen we al meteen een huis aangeboden in Essendael en het hele gezin werd ‘aangekleed’ door heel veel lieve mensen. Maar ook van bedrijven en winkeliers kregen we van alles aangeboden: spullen, kleding, boodschappen. Dat houdt je wel op de been hoor. Heel mooi hoe we werden opgevangen door de gemeenschap. Supergaaf.

En toen kwam al heel snel de verzekeraar in beeld natuurlijk. Maar die heeft, net als de brandweer, geen oorzaak van de brand kunnen vinden. En gelukkig waren we goed verzekerd. Daarin zijn we goed geadviseerd door Bas ’t Gilde. Alleen duurde het afhandelen nog wel even, want wij hadden natuurlijk nergens meer papieren van. Alle keuringen en certificaten van alle apparatuur en dat soort zaken moesten allemaal van de bedrijven komen waar we mee samen werkten. Dat duurde alles bij elkaar zeker een maand en dat was een erg onzekere periode. Maar gelukkig gaf de verzekeraar uiteindelijk groen licht. Niet alleen voor de gebouwen, de inventaris, diverse goederen en de bedrijfsschade maar ook voor het personeel van Abel

Tegelijkertijd moesten we natuurlijk vanaf de eerste dag na de brand aan de slag om alle reserveringen om te boeken of te cancelen. Zeker die op korte termijn. En ook dat is gelukkig allemaal gelukt. Gedeeltelijk ook bij Tasman. We hebben alles gelukkig zo netjes mogelijk af kunnen handelen voor onze gasten en ook dat gaf uiteindelijk wel een goed gevoel.’’

Morgen deel twee: Hoe nu verder met restaurant Abel?