De riolering krijgt weinig in Barendrecht (politiek bestuurlijke) aandacht van zowel het college als de raad. De kwaliteit van de informatievoorziening over de uitvoering van het rioleringsbeleid is onder de maat. Het college informeert de raad nauwelijks actief over de voortgang en uitvoering van het gemeentelijk rioleringsbeleid. Tegelijkertijd toont de raad weinig betrokkenheid bij de bepaling van de strategie voor beheer en onderhoud en het kwaliteitsniveau van de riolering. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Barendrecht in haar rapport ‘Riolering uit beeld – onderzoek naar doelmatigheid en informatievoorziening rioleringsbeleid’.

Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor de riolering. De gemeente Barendrecht voert het rioleringsbeleid uit aan de hand van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De rekenkamer constateert dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol onvoldoende invult en weinig betrokkenheid toont bij de uitvoering van het rioleringsbeleid. Tegelijkertijd is de informatievoorziening richting de raad gebrekkig. Het college informeert de raad nauwelijks actief over de voortgang en uitvoering van het rioleringsbeleid en biedt de raad onvoldoende beleidsopties met inhoudelijke uitwerkingen.

De riolering in de gemeente Barendrecht is relatief jong en verkeert daardoor voor het grootste deel in goede staat. Desondanks is het ongewenst dat er op onderdelen achterstanden zijn in de uitvoering van het beheer en onderhoud. De gemeente wil jaarlijks circa 45 kilometer riool reinigen, 22 kilometer riool inspecteren en 24.386 kolken reinigen. Uit analyse van de rekenkamer blijkt dat er sprake is van een achterstand voor elk van deze beheeractiviteiten, terwijl de gemeente stelt dat de uitvoering van deze beheeractiviteiten conform planning is. Ook blijkt uit het rapport van de rekenkamer dat de gemeente niet bijhoudt of deze activiteiten conform planning plaatsvinden.

Verder schiet de bedrijfsvoering ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering tekort. Er vindt geen interne controle op en verantwoording over de kosten van beheeractiviteiten plaats. Hierdoor is het, ook voor de gemeente, niet mogelijk om te toetsen of zij doelmatig handelt. Het college kan niet aantonen dat er de juiste keuzes worden gemaakt op het gebied van rioolvernieuwing. Dit komt onder meer doordat er geen streefbeeld is vastgelegd ten aanzien van het gewenste kwaliteitsniveau van de riolering. Daarnaast is er onvoldoende inzicht in de toestand van de oudere riolen ( > 40 jaar).

De rekenkamer beveelt onder meer aan om de raad in de toekomst actief te informeren over de mogelijke beleidskeuzes ten aanzien van het rioleringsbeleid, het risicogestuurd rioolbeheer en klimaatadaptatie. In zijn reactie onderschrijft het college alle conclusies en neemt alle aanbevelingen over.