Er zijn in Nederland vier beroepen die schandelijk worden onderbetaald. Dat is het uwe en mijne, dat van een juut en vooral van leraren en leraressen die vroeger de opvoeding van de nieuwe generatie bepaalden.
Vroeger hè.
In delen van de grote stad is tegenwoordig de opvoeding al afgerond in kleutertijd. De mazzel van een paar stevige oudere broers met een leuk Walthertje in hun holster.
Gek hè dat er een tekort aan leraren is.
En dan lees ik rapportages van hele naïeve ambtenaren die zwaar opgeleid hele moeilijke woorden verzinnen om daarmee hun naïviteit te kunnen camoufleren, maar tot de basis herleid niet begrijpen hoe dat kan, zo’n tekort.

Er zijn in Nederland vier beroepen die schandelijk worden overbetaald. Dat is dat van de Koning, van een profvoetballer, van Paul de Leeuw en dat van de ambtenaar die het zicht op de werkelijkheid kwijt is.

Toen ik school ging was een leerkracht nog een erudiet, net als de dokter. Bij mijn weten heeft nog nooit één onderwijzer mij in een trui te woord gestaan. Hij stond strak gekostumeerd voor de klas, als het goudkopje van traditioneel Nederland en we bogen schijnheilig als hij even voor half negen z’n kont uit het ranke zadel gooide.

De onderwijzers van vroeger droegen hoeden en daaronder tot ver boven hun oren weggeschoren haar, dat bovenop zonder scheiding in één keer zonder spiegel thuis naar achteren was gekamd en verdere dag met bryllcream bijeen werd gehouden. Zelfs als het stormde zat er geen beweging in.

Onderwijzers hesen zich in lichtgrijze effen kostuums met witte overhemden en de kleur van hun schoenen was zwart. Als ze op hun fietsen aankwamen, zat hun rechterbroekspijp in een klem om te voorkomen dat de stof tussen de ketting kwam. En als het winterde hingen aan de beide handvatten van het stuur enorme warmtezakken. Daarin zaten dan de handen die binnen behoorlijk los zaten als je het van eieren had gemaakt.

Je kon op onderwijzers ook altijd de klok gelijkzetten en het waren ook dezelfde slijmerds die het op een lopen zetten om de fiets van hun leraar in het rek te mogen zetten.
In elke klas was het tot kwart voor negen één grote pestbende. Tot de bel ging en de machtige onderwijzer als een dictator in de deuropening verscheen. Dan kon je meteen een speld horen vallen.

Als ik straf had moest ik een halve meter van het bord gaan staan en een uur lang met gestrekte armen het boek vasthouden waaruit werd gedoceerd. Zie dat maar eens vol te houden. De onderwijzers die het nu voorstellen worden ter plekke geëxecuteerd. De kogeltje uit de Walthers van die stevige op het schoolplein voetballende broers gaan door de stenen heen. En als ze je eenmaal op je rug hebben gaan ze over je heen staan zeiken. Gek hè dat er een tekort aan leraren is.

Het gezag op school stond vroeger nog fier overeind. Zelfs met de juffrouwen viel niet te spotten. De mijne waren ook allemaal zwaar op leeftijd en ongehuwd. Nu weet ik waarom. Ze verdienden geen van allen het zout in de pap, maar het waren bijna mannen in een vak dat aanzien gaf. Nu durft in de grote steden bijna niemand het meer te zijn.

Gek hè.