Ademloos keek ik altijd toe als Jort Kelder te gast was ten huize van een zonderlinge landgenoot, die ergens diep in het groen groen eikenhout van een verborgen straat in Kralingen gekleed ging in een excentrieke garderobe en er een volstrekt andere jaartelling op nahield.
Ik heb Kelder Nederlanders van berooide adeldom zien interviewen die een ijsmuts droegen als de mussen dood van het dak vielen en wijn dronken uit de regenput, waarna mijn bewonderde presentator met een religieus gezicht vroeg of ze dat even konden voordoen.
Zo heurt ‘twas niet alleen een prachtig programma, het waren ook allemaal prachtige mensen, allen met nagenoeg dezelfde hoofden, kleding, kousen en schoenen. En wij vonden ze gek. Natuurlijk vonden wij ze gek.
Wij vinden iedereen gek die leeft alsof de achttiende eeuw nog bestaat. Maar elke keer weer ging van het lachen mijn staart als een antenne de lucht in.

Kelder is ook de enige programmamaker in Hilversum die er nooit door de Partij van de Arbeid op kon worden aangesproken dat hij nieuwe Nederlanders van deelname uitsloot. Het was immers Holland uit de middeleeuwen. Toen waren ze er nog niet. We zagen grasvelden waarop kleden werden gespreid en we zagen de witte edelheid picknicken. Nog nooit één niqap of ghimaar gezien. Een Duitser evenmin.

Oude en nieuwe televisie gingen speels verborgen in het enige hedendaagse programma waar jong en oud zich inferieur aan voelde omdat het ook met die bedoeling gemaakt werd.
Ik heb landgenoten waargenomen die met een groot gevoel van vreugde om negen uur ’s avonds de kaarsen doofden en vervolgens met de natuur mee naar bed gingen, vaak ongewassen en met hun sokken aan. Nooit ziek, want ze verklaarden zichzelf te genezen met losjes opgeklopte kievitseieren die zij gevonden hadden in hun eigen tuin die nergens begon en ook nooit ergens eindigde, maar met genoeg bomen en struiken waartegen ze dan – tijdens het interview met Kelder – even gingen staan zeiken.
Met een bekakt en fluweelzacht orerende stem klinkt het woord zeikenniet plat, maar juist buitengewoon humoristisch.

Oud en nieuw geld.
Slome fluisterende televisie in stoffige patriciërswoningen met familieportretten, etiquette en parallelle highbrowteksten, jonkvrouwen en baronnen, waarna de voormalige hoofdredacteur van Quote overschakelde naar het fiscaal bevlekte waterspeelgoed in Monaco en Marbella van de nieuwe generatie met een oorbel en gewetenloze jassen uit de betaald voetbalindustrie. Jachten ter waarde van één miljoen per meter noemde hij strijkijzers.
Schatplichtig aan Gert-Jan Dröge kantelde Jort Kelder in één programma gracieus twee werelden en deed dat met een extreem zelfvertrouwen. Hij was de enige zelfingenomen kwast binnen het publieke bestel met zelfcorrectie, waardoor hij niet irriteerde.
Zelfcorrectie.
Kan Jort Kelder daarin op het Rotterdamse stadhuis geen les komen geven?