De triomf van een alarm is dat zo’n ding ook inderdaad een keer afgaat en wanneer dat midden in de nacht is, weet u ook meteen of uw hart links of rechts zit.

De VVD in Rotterdam snapte uw en mijn angst en trok deze zomer 35 miljoen extra uit voor meer veiligheid in de stad.
Meteen kocht ik er gesubsidieerd een alarminstallatie van. Kwestie van relaties.
U snapt: bij ons thuis waren we op het onheilspellende geluid voorbereid; daar schaf je namelijk ook een alarm voor aan. Onder het bed lag het mes, waarmee ik volgens het afgesproken scenario de trap moest afdalen. En mijn vrouw zou in de slaapkamer achterblijven om het politienummer in te tikken dat zij uit haar hoofd had geleerd.

Afspraak was óók dat we de sirene de maximale tijd zouden laten loeien. We kenden het geluid dat in een bunker getest was, zodat het wel een erge dove rover moest zijn wilde hij die herrie vijf minuten lang negeren. Bovendien kenden we de knop voor nog eens drie minuten toegift, dus vanaf de eerste gezamenlijke oefening sliepen we tot de tanden toe gewapend in afwachting van de gebeurtenissen waarvan we wisten dat die ooit zouden volgen en vorige week was ’t zover. Het was een geluid alsof de wereld verging.

Mocht u nu altijd gedacht hebben dat uw hart links zit, dan kan ik u thans verzekeren dat het in werkelijkheid rechts zit. Tien seconden later vermoedt u dan weer dat het toch links zit en eenmaal met een mes in de hand ontstaat de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat uw hart zelfs aan beide kanten klopt en er zijn fracties van seconden dat het helemaal niet klopt, wat je er onder die omstandigheden niet bij kunt hebben. Je staat daar als grote vent in je Björn Borg en je kent je eigen lichaam niet.

Ze mogen bij Nida in Rotterdam dan wel zeggen dat het allemaal erg meevalt met die onveiligheid, maar laat ik iedereen met de ontkenning van de werkelijkheid dan dit zeggen: koop een alarm en het laat het afgaan, dan weet je meteen hoe ontzaglijk fout iets kan gaan als de paniek toeslaat. Het mes lag logistiek op de slechtste plaats. Ik kon mijn bril niet vinden. Later ook mijn slippers niet, dus zelfs in doodsnood hadden mijn vrouw en ik nog bonje. En toen ze eindelijk het nummer van de politie wist, tikte ik het verkeerd en kreeg ik de portier van de OQ.

Ik zag bovendien wat u niet zag, ik zag het demasqué van een oud-marinier, met wie mijn vrouw vijfenveertig jaar lang gedacht heeft in veiligheid getrouwd te zijn. Het was geén gezicht: ik in die Björn Borg op blote voeten, schijterig met dat mes in m’n hand, met op de achtergrond in de vertrouwde rondte van zijn mand onze hond, die zich met één geopend oog afvroeg wat er in godsnaam aan de hand was?

Niks. Maar dat wisten we pas echter zeker toen de surveillance vanwege onderbezetting eindelijk na een kwartier ter plaatse was. Pas toen begreep ik waaraan die 35 VVD-miljoenen in Rotterdam extra zullen worden besteed. Aan meer blauw, ook ’s nachts. Godzijdank.