Als u dit leest ben ik op het water. Ik vaar in Zeeland en onder toezicht.
Als ik me om zes uur ’s avonds niet in een haven heb gemeld start men een zoektocht. Een kwestie van exclusief verzekeren.
Elke avond slaakt men op het havenkantoor dus ook een zucht van verlichting. Hij is er. Dan hebben ze het over mij.

Dagelijks staan er honderden Zeeuwen aan de kades naar mijn binnenkomst te kijken. De meesten pakken een stoel en gaan er speciaal voor zitten.
Zierikzee heeft mij zelfs opgenomen in de attractiefolder en afficheert met mijn entree.
Yerseke laat geluidswagens rondrijden en in Veere wordt het haventje eerst uit voorzorg ontruimd.
Ik kan namelijk niet varen.
Ik vaar zoals GroenLinks in Rotterdam formeert. Als ik met een linksdraaiende schroef achteruit naar rechts wil kom ik aan de overkant van de haven terecht. Soms vaar ik gewoon gezellig een woonboot binnen.
Overal staan de havenmeesters al om vier uur met een adelaarsblik op de uitkijk. Mijn boot is een attractie en iedereen kent de naam. Judas. Ik heb een enorm talent om mezelf in de nesten te werken.
Toch heb ik vaarbewijs I.
Op oudere leeftijd bij elkaar gespiekt met de lastigste antwoorden aan de achterzijde van mijn stropdas. Het examen was midden zomer, maar ik kwam in drieledig kostuum. Hans Schmidt van de Zeevis in korte broek. Maar ik had dan ook op alle mouwen mijn spiekbriefjes vastgeplakt.
Een week later mocht ik het water op.
Het gevaarlijkst bleek ik bij het schutten. Je vaart een sluis in met in het ergste geval veertig andere tegelijk. Je hele huwelijk komt dan op het spel te staan.
De eerste keer vergat ik het touw te laten meevieren. Het water was al een meter gezakt toen ik tot de ontdekking kwam dat mijn boot merkwaardig in de lucht hing. Nu maken we in het leven allemaal wel eens een foutje, maar zie onder die omstandigheden de knoop er maar eens uit te krijgen. Kansloos.
Ik heb mijn kapitaal met een mes moeten redden. Bij het neerkomen maakte ik zóveel water dat de huwelijken op de andere boten ook bij bosjes ontspoorden.
Vorig jaar liet ik iedereen bij de ingang van de sluis voorgaan, net zolang totdat er nog één klein plekje resteerde. Leek me het veiligst. Maar toen maakte ik weer iets te veel vaart. Ook geen best uitgangspunt voor een verdere geslaagde dag, want zoals u weet kan een boot niet remmen.
Sindsdien vaar ik geen sluis en haven meer in die ik niet eerst ruim van tevoren met de auto heb bezocht. Ik wil eerst met eigen ogen zien wat me allemaal te wachten staat.
Morgen ben ik te zien in het Volkerrak. Wie wat te lachen wil is van harte welkom.