Ongelooflijk, maar waar: Feyenoord heeft eindelijk weer een directeur die het belang van de club voorop lijkt te stellen. Daarmee is Jan de Jong de eerste sinds Jorien van den Herik. In het misselijkmakende machtsspel rond Feyenoord City lijkt nu zowaar wat meer evenwicht te gaan ontstaan.

Tot nu toe liet Feyenoord zich aan alle kanten inpakken door de gemeente, door architecten, aannemers, banken en adviseurs. De Jongs voorganger Eric Gudde had maar één doel: een nieuw stadion. In die strijd had hij fanatieke medestanders in onder anderen Kuip-directeur Jan van Merwijk, en in voorzitter Gerard Hoetmer van de raad van commissarissen, en diens voorganger Dick van Well.

Het belang van Feyenoord werd al die tijd volledig ondergeschikt gemaakt aan die ene, allesoverheersende doelstelling. Er moest en zou nieuwbouw worden gepleegd.

Achteraf is vastgesteld dat één van de gesneuvelde plannen de financiële ondergang van Feyenoord zou hebben betekend. De club was failliet gegaan! Maar Gudde, Van Well en Hoetmer werd consequent de hand boven het hoofd gehouden.

Van Well mocht later zelfs bestuurslid worden van de Stichting Continuïteit, die het gouden aandeel van Feyenoord beheert. Mannen die de club willens en wetens bijna in de financiële afgrond hadden gedreven, werden niet met pek en veren verjaagd, maar kregen een belangrijk erebaantje (Van Well), of werden met alle egards uitgezwaaid en bedankt voor bewezen diensten (Gudde). Het is een bewijs van het bestuurlijke wanbeleid dat Feyenoord al tientallen jaren kenmerkt.

Jan de Jong heeft nu ook klip en klaar naar buiten gebracht dat Gudde en Hoetmer voor het nieuwe stadion genoegen wilden nemen met een jaarlijks bijdrage (‘performance fee’) van 17,5 miljoen euro. Dat is net zoveel als Feyenoord nu genereert vanuit De Kuip. De club zou er dus letterlijk niets op vooruit gaan met dat vreselijke nieuwe stadion. Ondertussen werd naar buiten toe steeds geroepen dat Feyenoord dankzij het City-plan een geweldige financiële sprong zou maken. Het zijn en waren pure leugens.

Daarom is volkomen terecht dat Jan de Jong nu een streep trekt. Feyenoord eist minimaal 25 miljoen euro per jaar, gegarandeerd. Dat is ook wel het minste. Het plan voor een nieuw stadion is ooit immers gelanceerd omdat de club er beter van moest worden.

En nu gaat de gemeente lopen jammeren. Want ja, dit zijn ze van Feyenoord niet meer gewend. Daarom roept wethouder Adriaan Visser heel stoer dat er geen ruimte is om te ‘heronderhandelen’. De politiek in Rotterdam wil een debat, omdat men zich ook in die kringen zorgen begint te maken. Nu wel. Lastig hoor, een onafhankelijk denkende Feyenoord-directeur die het belang van de club vooropstelt.

Komende week brengt Feyenoord zijn jaarcijfers naar buiten. In het seizoen 2017-2018 is een omzet behaald van bijna 100 miljoen euro. Dankzij het geld uit de Champions League heeft Feyenoord een enorme financiële sprong kunnen maken. Hiermee is dan direct de halsstarrige leugen (van Gudde en co) weerlegd dat groei in De Kuip niet meer mogelijk is. Alles begint bij verstandig beleid en sportief succes.

De tijd zal moeten leren of Jan de Jong zijn poot stijf houdt, en of hij vanaf nu werkelijk Feyenoord centraal gaat stellen bij al zijn denken en doen. Feit is dat hij het heeft aangedurfd om tegen de stroom op te roeien, en om namens Feyenoord een keiharde eis op tafel te leggen. Dat is niets minder dan een verademing na al die jaren ellende met Gudde en Van Well.

<em>De journalist Boudewijn Warbroek (1963) bezoekt wedstrijden van Feyenoord sinds 1975. Hij werkt als vrijwilliger voor supportersmagazine Hand in Hand en Stadion Sport Nieuws, en schreef mee aan ruim tien boeken over Feyenoord.
</em>