Vlak voor zijn debuut voor het Nederlands elftal tegen de Duitsers flikkerde de telefoon van Denzel Dumfries even op. Het was zijn zusje die hem een foto stuurde toen hij op het Museumplein van Amsterdam de wedstrijd tussen het Nederlands elftal en Spanje op het WK in Brazilië volgde. ”Zij weet dat ik toen dacht dat ik ook ooit in Oranje zou spelen”, vertelt de rechtsback van PSV. ”Ik ben altijd in mezelf blijven geloven en zie hier. Ik win nu met Oranje van Duitsland. En met 3-0 nog wel.”

Dumfries durfde te dromen, ook toen hij nog bij Smitshoek en Barendrecht voetbalde of later met Sparta in de Jupiler League. ”Ik wist wat ik wilde bereiken”, vertelt de 22-jarige Rotterdammer. ”Eerst schreef ik dat allemaal op de muren van mijn slaapkamer. Maar later kreeg mijn zus die kamer en zij heeft over alles heen geschilderd. De laatste jaren schrijf ik mijn doelstellingen op in een schrift. Ja, daar stond ook het Nederlands elftal al in. Maar ik ben nog niet klaar. Daar komt nog veel meer in.”

Dumfries heeft naar eigen zeggen harde voeten. ”Ik ben niet heel technisch”, erkent hij. ”Maar ik ben wel een voorbeeld dat je met hard werken ver kan komen. Als je maar in jezelf blijft geloven. Dat geldt ook voor jongens die nu misschien nog bij de amateurs spelen.”

De rechtsback bewijst net als Steven Bergwijn, Pablo Rosario, Arnaut Groeneveld en Frenkie de Jong dat de Nederlandse Jupiler League geen afvoerputje of alleen maar een vangnet is. Die competitie blijkt weer een springplank. En als je hard afzet, dan speel je zo maar in het Nederlands elftal.

”Sommige jongens hebben meer tijd nodig”, merkte Dumfries. ”Ik had het zonder de eerste divisie nooit meteen gered”, weet de rechtsback die afgelopen zomer via Sparta en sc Heerenveen bij PSV terecht kwam. Hij zat niet eens bij de voorselectie van Ronald Koeman voor de duels met Duitsland en België. Maar de bondscoach kwam alsnog bij Dumfries uit omdat Rick Karsdorp, Kenny Tete, Daryl Janmaat en Timothy Fosu-Mensah stuk voor stuk niet beschikbaar waren.

”Toen ik hoorde dat ik in de basis zou beginnen tegen Duitsland, heb ik eigenlijk maar een paar mensen uitgenodigd”, vertelt Dumfries. ”Kaarten regelen voor zo’n wedstrijd bezorgt je sowieso veel hoofdpijn. En als je in Oranje speelt, dan heb je snel meer vrienden. Maar nu zaten er in het stadion mensen die altijd in mij zijn blijven geloven. Want geloof me, ik ben ook best uitgelachen toen ik vertelde wat ik allemaal nog wilde bereiken. Deze wedstrijd tegen de Duitsers pakken ze me in ieder geval niet meer af. Dit smaakt naar meer.”