Het is een aparte gedachte voor doelman Justin Bijlow, dat zelfs fans van Ajax zullen juichen als ‘zijn’ Feyenoord zondag wint van PSV. In Amsterdam hopen ze vurig dat de aartsrivaal erin slaagt om de koploper van de eredivisie het eerste puntenverlies van dit seizoen toe te brengen.

”Maar we doen het niet voor hen, we doen het voor onszelf”, zegt Bijlow, een ras-Feyenoorder op wiens linkerarm de skyline van Rotterdam is getatoeëerd. ”Wij willen inlopen.” De landskampioen van 2017 staat in de schaduw van PSV en Ajax, die respectievelijk dertien en acht punten voorsprong hebben. Als de ploeg van trainer Giovanni van Bronckhorst nog een rol wil gaan spelen in de titelstrijd, is winst op PSV essentieel. Met de topper in De Kuip en de inhaalwedstrijd tegen VVV-Venlo voor de boeg, kan Feyenoord de achterstand in vijf dagen tijd verkleinen tot zeven punten.

”PSV is goed bezig, ze winnen vrijwel iedere week heel overtuigend”, aldus Bijlow. ”Maar geen enkele ploeg ter wereld is onverslaanbaar. Ook dat geweldige FC Barcelona uit 2011 en 2012 verloor wel eens. PSV heeft goede spelers, maar die hebben wij ook. We willen hun zegereeks stoppen in De Kuip. We zullen daarvoor wel top moeten zijn. Niet 20 minuten, zoals vorige week tegen FC Groningen, maar 90 minuten.”

Wisselvallig, zo valt het seizoen van Feyenoord vooralsnog het beste te typeren. Dat geldt ook voor het eerste jaar van de 20-jarige Bijlow als nummer 1 onder de lat. ”Het gaat met pieken en dalen. Mijn piekmoment was voor de Johan Cruijff Schaal tegen PSV, toen ik twee penalty’s stopte. Daarna had ik af en toe een dingetje dat eruit moet. Tegen Jong Schotland en Ajax maakte ik twee grote fouten. Dan merk je dat je als jonge keeper onder een vergrootglas ligt. Na Ajax kreeg ik van alles over me heen. Daar heb ik één nacht van wakker gelegen, daarna ging mijn focus op de volgende wedstrijd. Het enige antwoord dat je kan geven, is laten zien wat je wél kan.”

De Rotterdammer, international van Jong Oranje, weet dat keepen een ‘ervaringsvak’ is. ”Ik had voor dit seizoen al verwacht dat het met vallen en opstaan zou gaan. Natuurlijk hoop je van niet, maar bij jonge spelers zie je dat vaak. Ik moest best een beetje wennen aan het voetbal bij de ‘grote’ jongens. Bij een schot rennen ze op je af, bij hoge ballen springen ze tegen je aan. Dat gebeurde bij de jeugd bijna niet. Kijk, een spits kan twintig kansen missen en dan toch nog de held worden. Wij als keepers zijn bij één foutje gelijk ‘de sjaak’. Ik ben daar intussen wat rustiger onder geworden en haal de laatste tijd een goed niveau.”