In een museumpje in Overschie viel mijn oog op een klein berichtje in de vitrine. In een soort kasboek stond de datum waarop een Joods gezin met hun dochters werden overgebracht naar Westerbork. Iets verder stond vermeld dat ze direct bij aankomst in Auschwitz waren vergast. De verplichte scheiding tussen mannen en vrouwen met kinderen heeft de vader hoogstwaarschijnlijk geweigerd. Hij bleef bij zijn gezin.  

Het bericht, waarvan ik er uit hoofde van mijn beroep vele heb gelezen, trof me extra, omdat de meisjes de leeftijd van mijn kleindochters hadden. Het gaf mijn empathisch vermogen een extra impuls. Ik verbeelde me hoe die stakkers zich gevoeld moeten hebben in zo’n veewagon: Verlaten en moedeloos. Misschien werden ze door andere families getroost en werden bemoedigende woorden gesproken, maar vervoer in een veewagen met slechts één emmer water en een ton voor de ontlasting moet toch eigenlijk een duidelijke indicatie geweest zijn. Tegen beter weten hadden ze nog een sprankeltje hoop, stel ik me dan voor. De hoop die vervloog toen de wagon openging. 

Op 4 mei herdenk ik die meisjes, omdat het berichtje niet uit mijn geheugen te branden is. Even wil ik – slechts twee minuten – stil staan bij het onbeschrijfelijke leed dat hen is aangedaan. Daarna volgt de begrijpelijke bezinning. “Hoe is het mogelijk dat mensen dit elkaar aandoen? Hoe is het mogelijk dat een volk dat Bach, Mozart en Beethoven heeft voortgebracht ook het volk van Eichmann, Himmler en Hitler werd? Wat betekent dat voor ons en onze kinderen?” 

Toen ik geschiedenisdocent werd, kreeg ik van mijn tante een gele joden ster die als een pochet van een jasje gedragen kon worden. Mijn tante had hem op straat gevonden. Ik heb hem tot de laatste dag dat ik les heb gegeven in mijn schooltas meegedragen (nu in het oorlogsmuseum).

Ik kreeg hem met de woorden: ”Dan weet je hoe belangrijk je werk is”.

Ik begreep het en heb me wat dat betreft ook van mijn taak gekweten en mijn oudere leerlingen over de gruwelen uit de tijd van mijn ouders verteld en soms ook beelden laten zien. Ik denk dat dat een verplichting is van iedere getuige en kenner van onze geschiedenis; herhaal het en vertel erover, opdat wij niet vergeten. Belangrijker: Opdat de geschiedenis zich niet herhaalt.

Na de oorlog vroegen de overwinnaars zich af wat ze moesten doen met de gevonden medische gegevens, die schoften als Mengele met hun experimenten op mensen hadden  verkregen. Stilzwijgend besloot men gebruik te maken van de uitkomsten van die gruwelijke onderzoeken, zodat het lijden van vele totaal onschuldigen nog enig nut voor de medische wetenschap en daarmee de mensheid had.   

Als ik op 4 mei stil sta, ben ik twee minuten met die ouders en hun dochters in de veewagen en ik zal hun lijden ter zijner tijd aan mijn kleindochters proberen over te brengen, zodat ook zij weten waar onverdraagzaamheid toe kan leiden. Dat ben ik aan dat gezin uit Overschie en al die andere slachtoffers verplicht. Hun leed mag niet nutteloos zijn, maar een boodschap voor alle generaties die nog gaan komen. 

Ronald Sørensen is politicus. Hij is grondlegger van Leefbaar Rotterdam en zat van 2011 tot 2015 in de Eerste Kamer namens de PVV.